Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2018:1640
2018-05-18
Civiel recht; Ondernemingsrecht
200.213.017/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; deponering onderzoeksverslag
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.493 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.213.017/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 18 mei 2018
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
IBB KONDOR B.V.,
gevestigd te Rijssen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Enschede,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DE LEEGE LANDEN II B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Enschede,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HOLLAND VASTGOED CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Baarn,
BELANGHEBBENDE,
verschenen bij haar middellijk bestuurder [A] .
1. Het verloop van het geding
1.1 Verweerster wordt hierna aangeduid met De Leege Landen.
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 12 juli 2017 en 8 januari 2018.
1.3 Bij de beschikking van 12 juli 2017 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van De Leege Landen over de periode vanaf 2012, mr. M.W.E. Evers te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd tot onderzoeker en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. Bij de beschikking van 8 januari 2018 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 35.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen
1.4 Bij brief van 17 mei 2018 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.5 De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
2De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 12 juli 2017 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van De Leege Landen II B.V., gevestigd te Utrecht, ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.A. Goslings en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, dr. P.M. Verboom en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 18 mei 2018.
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.213.017/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 18 mei 2018
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
IBB KONDOR B.V.,
gevestigd te Rijssen,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Enschede,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DE LEEGE LANDEN II B.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Enschede,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HOLLAND VASTGOED CONSULTANCY B.V.,
gevestigd te Baarn,
BELANGHEBBENDE,
verschenen bij haar middellijk bestuurder [A] .
1. Het verloop van het geding
1.1 Verweerster wordt hierna aangeduid met De Leege Landen.
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 12 juli 2017 en 8 januari 2018.
1.3 Bij de beschikking van 12 juli 2017 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van De Leege Landen over de periode vanaf 2012, mr. M.W.E. Evers te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd tot onderzoeker en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 25.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen. Bij de beschikking van 8 januari 2018 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten verhoogd tot € 35.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen
1.4 Bij brief van 17 mei 2018 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.5 De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
2De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 12 juli 2017 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van De Leege Landen II B.V., gevestigd te Utrecht, ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.A. Goslings en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, dr. P.M. Verboom en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 18 mei 2018.