Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2016:2289
2016-06-10
Civiel recht; Ondernemingsrecht
200.149.231/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
OK; enquêterecht; onderzoeksverslag ligt ter inzage voor belanghebbenden
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.689 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.149.231/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 10 juni 2016
inzake
[A]
,
wonende te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. M. Kashyap, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NIEUWENDIJK MONUMENTEN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. R.N. de Jong, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
[B]
,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. J.J. Degenaar, kantoorhoudende te Utrecht.
1Het verloop van het geding
1.1
Partijen zullen hierna [A] , Nieuwendijk Monumenten en [B] worden genoemd.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 1 oktober 2014 en 7 oktober 2014 in de zaak met nummer 200.149.231/01 OK, haar beschikking van 13 juli 2015 in de zaak met nummer 200.149.231/03 OK, haar beschikking van 28 april 2016 in de zaak met nummer 200.149.231/05 OK en de beschikking van de raadsheer-commissaris van 18 maart 2016 in de zaak met nummer 200.149.231/04 OK.
1.3
Bij de beschikking van 1 oktober 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Nieuwendijk Monumenten over de periode vanaf 2008. Bij de beschikking van 7 oktober 2014 heeft de Ondernemingskamer mr. Y. Borrius te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) aangewezen als onderzoeker zoals bedoeld in de beschikking van 1 oktober 2014.
1.4
Bij brief van 7 juni 2016, ingekomen bij de Ondernemingskamer op 8 juni 2016, heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.5
De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
2De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 1 oktober 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Nieuwendijk Monumenten B.V., gevestigd te Amsterdam, ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en drs. P.R. Baart en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 10 juni 2016.
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.149.231/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 10 juni 2016
inzake
[A]
,
wonende te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. M. Kashyap, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
NIEUWENDIJK MONUMENTEN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. R.N. de Jong, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
[B]
,
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. J.J. Degenaar, kantoorhoudende te Utrecht.
1Het verloop van het geding
1.1
Partijen zullen hierna [A] , Nieuwendijk Monumenten en [B] worden genoemd.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 1 oktober 2014 en 7 oktober 2014 in de zaak met nummer 200.149.231/01 OK, haar beschikking van 13 juli 2015 in de zaak met nummer 200.149.231/03 OK, haar beschikking van 28 april 2016 in de zaak met nummer 200.149.231/05 OK en de beschikking van de raadsheer-commissaris van 18 maart 2016 in de zaak met nummer 200.149.231/04 OK.
1.3
Bij de beschikking van 1 oktober 2014 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Nieuwendijk Monumenten over de periode vanaf 2008. Bij de beschikking van 7 oktober 2014 heeft de Ondernemingskamer mr. Y. Borrius te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) aangewezen als onderzoeker zoals bedoeld in de beschikking van 1 oktober 2014.
1.4
Bij brief van 7 juni 2016, ingekomen bij de Ondernemingskamer op 8 juni 2016, heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.
1.5
De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
2De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 1 oktober 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Nieuwendijk Monumenten B.V., gevestigd te Amsterdam, ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en drs. P.R. Baart en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 10 juni 2016.