Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2015:1480

2015-04-21 Civiel recht 200.161.742-01 NOT
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2015-04-21
Publicatiedatum
2015-04-23
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.161.742-01 NOT
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NJF 2016/65

Inhoudsindicatie

Klacht tegen meerdere notarissen. Het hof heeft vastgesteld dat een van de notarissen is overleden. Het ligt in de rede dat het overlijden van een bij een tuchtprocedure betrokken (kandidaat-)notaris tot gevolg heeft dat de behandeling van de klacht wordt gestaakt. In het tuchtrecht voor andere beroepsgroepen is dat ook uitdrukkelijk bepaald. Indien het overlijden plaatsvindt nadat hoger beroep is ingesteld, brengt dit mee dat het hof een beslissing van de kamer voor het notariaat waarbij de klacht gegrond of ongegrond is verklaard, zal vernietigen en de klager niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn klacht.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (4)

Volledige tekst

Volledige tekst (6.542 tekens)
beslissing
___________________________________________________________________ _ _



GERECHTSHOF AMSTERDAM




afdeling civiel recht en belastingrecht



zaaknummer : 200.161.742/01 NOT



nummer eerste aanleg : 14-06



beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 21 april 2015



inzake




[klaagster],
wonend te [plaatsnaam],
appellante,
gemachtigde: [X] te [plaatsnaam],



tegen


1. [notaris],
tot 1 juli 2002 notaris te [plaatsnaam],
2. [notaris],
notaris te [plaatsnaam],
3. [notaris],
notaris te [plaatsnaam],
4. [kandidaat-notaris],
kandidaat-notaris te [plaatsnaam],
5. [kandidaat-notaris],

voorheen kandidaat-notaris te [plaatsnaam],
geïntimeerden,
gemachtigde: mr. P.H. Kramer, advocaat te Amsterdam.






1Het geding in hoger beroep


1.1.
Appellante (hierna: klaagster) heeft op 24 december 2014 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag (hierna: de kamer) van 10 december 2014 (ECLI:NL:TNORDHA:2014:41). De kamer heeft in de bestreden beslissing klaagster niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht, voor zover die klacht is gericht tegen geïntimeerden sub 1, 2, 4 en 5 en de klacht, voor zover die is gericht tegen geïntimeerde sub 3, ongegrond verklaard.



1.2.
Op 14 januari 2015 heeft mr. Kramer het hof zowel telefonisch als schriftelijk meegedeeld dat hij die dag het bericht heeft ontvangen dat geïntimeerde sub 1 (hierna: de notaris) eind 2014 is overleden.



1.3.
Op 5 februari 2015 heeft mr. Kramer een verweerschrift bij het hof ingediend namens geïntimeerden sub 2 tot en met 5 (hierna: de andere (kandidaat-)notarissen). In dit verweerschrift heeft mr. Kramer tevens meegedeeld dat de notaris geen partij meer is in deze klacht vanwege diens overlijden.



1.4.

Klaagster heeft bij e-mail van 28 maart 2015 zich uitgelaten over de gevolgen die het overlijden van de notaris voor de procedure moet hebben. Bij e-mail van 3 april 2015 heeft
mr. Kramer daarop gereageerd, waarna klaagster bij e-mail van 7 april 2015 zich nader heeft uitgelaten.






2Ontvankelijkheid


2.1.
Het hof heeft vastgesteld dat de notaris is overleden. De vraag is welk gevolg het overlijden heeft voor de onderhavige procedure, voor zover het de notaris betreft.



2.2.
De Wet op het notarisambt kent geen regeling voor de situatie dat een notaris of kandidaat-notaris tijdens de tuchtprocedure in eerste aanleg of in hoger beroep overlijdt.



2.3.

De tuchtrechtspraak wordt (mede) uitgeoefend ten dienste van het algemeen belang, namelijk ten behoeve van de kwaliteit van de beroepsuitoefening. Het notariële tuchtrecht is in het bijzonder erop gericht een optimaal functioneren van het ambt van notaris binnen het rechtsbestel te verzekeren door op te treden tegen inbreuken op de ambtsplichten en/of -ethiek. Een eventuele inbreuk op de daarvoor geldende normen kan echter slechts in een individueel geval worden vastgesteld en leidt dan tot een persoonlijke sanctie voor de individuele (kandidaat-)notaris. Het ligt daarom in de rede dat het overlijden van de betrokken
(kandidaat-)notaris tot gevolg heeft dat de behandeling van de klacht wordt gestaakt. In het tuchtrecht voor andere beroepsgroepen is dat ook uitdrukkelijk bepaald, zoals in artikel 65 lid 11 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en artikel 47a lid 5 van de Advocatenwet.




2.4.
Dit sluit aan bij de regeling die geldt in het strafrecht en de opvatting die aan die regeling ten grondslag ligt. Artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat het recht tot strafvordering vervalt door de dood van de verdachte. Daaraan ligt de opvatting ten grondslag dat vervolging van een strafbaar feit en oplegging van een straf een persoonlijk karakter hebben, zodat het overlijden van de verdachte tot gevolg moet hebben dat de strafzaak een einde neemt. Indien het overlijden plaatsvindt nadat de dagvaarding is uitgebracht, brengt dit mee dat de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vervolging. Ingeval de verdachte overlijdt gedurende het hoger beroep of het beroep in cassatie, wordt daartoe tevens de uitspraak van de lagere rechter door de hogere rechter vernietigd.



2.5.
Het hof ziet in het voorgaande aanleiding voor het notariële tuchtrecht eveneens tot uitgangspunt te aanvaarden dat de tuchtprocedure een einde neemt door het overlijden van de betrokken (kandidaat-)notaris. Indien het overlijden plaatsvindt gedurende de procedure in eerste aanleg, brengt dit mee dat de kamer voor het notariaat de klager niet-ontvankelijk dient te verklaren in zijn klacht tegen de overleden (kandidaat-)notaris. Indien het overlijden plaatsvindt nadat hoger beroep is ingesteld, brengt dit mee dat het hof een beslissing van de kamer voor het notariaat waarbij de klacht gegrond of ongegrond is verklaard, zal vernietigen en de klager niet-ontvankelijk zal verklaren in zijn klacht.



2.6.
In het onderhavige geval heeft de kamer reeds geoordeeld dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht jegens de notaris, zij het om een andere reden. De beslissing van de kamer moet daarom worden bevestigd.



2.7.
De beslissing ten aanzien van de andere (kandidaat-)notarissen zal het hof aanhouden.


2.8.
Hetgeen partijen omtrent het overlijden van de notaris verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor onderhavige beslissing in deze zaak.






3De beslissing


Het hof:


- bevestigt de bestreden beslissing voor zover deze betrekking heeft op de klacht tegen de notaris;

- houdt elke verdere beslissing aan voor zover het betreft de andere (kandidaat-)notarissen.


Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, J.C.W. Rang en M. Bijkerk en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2015 door de rolraadsheer.