Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2012:1325
2012-05-29
Civiel recht
200.090.220
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Hennepteelt en diefstal van elektra. Schadevergoeding.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.999 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ELFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
[appellant],
wonend te [woonplaats],
appellant in de hoofdzaak, verweerder in het incident,
advocaat: mr. M.C.A. Stoop, te Heerhugowaard,
en
de naamloze vennootschap LIANDER N.V.,
voorheen genaamd N.V. CONTINUON NETBEHEER,
gevestigd te Arnhem,
geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster eiseres in het incident,
advocaat: mr. J.G. Keizer, te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde],
wonend te [woonplaats],
eiser in het incident,
advocaat: mr. R.J.A. Verhoeven, te Alkmaar.
1Het geding in hoger beroep
[appellant] is bij dagvaarding van 1 juli 2011 in hoger beroep gekomen van een tussen hem en Liander N.V. gewezen vonnis van de rechtbank Alkmaar van 6 april 2011 (nummer 116580/HA ZA 10-40).
De zaak is bij het hof aangebracht op de rol van 19 juli 2011.
Aan [appellant] zijn termijnen verleend voor het nemen van een memorie van grieven, laatstelijk een termijn van 53 weken tot 11 december 2012.
De zaak is bij vervroeging geplaatst op de rol van 24 april 2012.
[geïntimeerde] heeft bij incidentele conclusie op de voet van artikel 217 Rv gevorderd zich in de onderhavige zaak te mogen voegen aan de zijde van [appellant].
[appellant] heeft niet tijdig geantwoord in het incident, zodat het recht daartoe vervallen is verklaard.
Liander N.V. heeft in het incident geantwoord en zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Ten slotte is arrest gevraagd in het incident.
2Beoordeling
Uit hetgeen is aangevoerd blijkt dat er voldoende reden is voor voeging zoals gevorderd.
Het hof zal de beslissing omtrent de kosten in het incident aanhouden.
De hoofdzaak stond vóór het incident op de rol van 11 december 2012 en zal weer naar die rol worden verwezen, te weten voor memorie van grieven aan de zijde van [appellant] en [geïntimeerde]. Elke verdere beslissing in de hoofdzaak zal het hof aanhouden.
3Beslissing
Het hof:
in het incident:
staat [geïntimeerde] toe zich te voegen aan de zijde van [appellant];
houdt de beslissing omtrent de kosten aan tot de einduitspraak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 11 december 2012 voor memorie van grieven aan de zijde van [appellant] en [geïntimeerde];
houdt elke verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, W.J. Noordhuizen en G.C.C. Lewin en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 mei 2012.
ELFDE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER
ARREST
in de zaak van:
[appellant],
wonend te [woonplaats],
appellant in de hoofdzaak, verweerder in het incident,
advocaat: mr. M.C.A. Stoop, te Heerhugowaard,
en
de naamloze vennootschap LIANDER N.V.,
voorheen genaamd N.V. CONTINUON NETBEHEER,
gevestigd te Arnhem,
geïntimeerde in de hoofdzaak, verweerster eiseres in het incident,
advocaat: mr. J.G. Keizer, te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde],
wonend te [woonplaats],
eiser in het incident,
advocaat: mr. R.J.A. Verhoeven, te Alkmaar.
1Het geding in hoger beroep
[appellant] is bij dagvaarding van 1 juli 2011 in hoger beroep gekomen van een tussen hem en Liander N.V. gewezen vonnis van de rechtbank Alkmaar van 6 april 2011 (nummer 116580/HA ZA 10-40).
De zaak is bij het hof aangebracht op de rol van 19 juli 2011.
Aan [appellant] zijn termijnen verleend voor het nemen van een memorie van grieven, laatstelijk een termijn van 53 weken tot 11 december 2012.
De zaak is bij vervroeging geplaatst op de rol van 24 april 2012.
[geïntimeerde] heeft bij incidentele conclusie op de voet van artikel 217 Rv gevorderd zich in de onderhavige zaak te mogen voegen aan de zijde van [appellant].
[appellant] heeft niet tijdig geantwoord in het incident, zodat het recht daartoe vervallen is verklaard.
Liander N.V. heeft in het incident geantwoord en zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Ten slotte is arrest gevraagd in het incident.
2Beoordeling
Uit hetgeen is aangevoerd blijkt dat er voldoende reden is voor voeging zoals gevorderd.
Het hof zal de beslissing omtrent de kosten in het incident aanhouden.
De hoofdzaak stond vóór het incident op de rol van 11 december 2012 en zal weer naar die rol worden verwezen, te weten voor memorie van grieven aan de zijde van [appellant] en [geïntimeerde]. Elke verdere beslissing in de hoofdzaak zal het hof aanhouden.
3Beslissing
Het hof:
in het incident:
staat [geïntimeerde] toe zich te voegen aan de zijde van [appellant];
houdt de beslissing omtrent de kosten aan tot de einduitspraak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 11 december 2012 voor memorie van grieven aan de zijde van [appellant] en [geïntimeerde];
houdt elke verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, W.J. Noordhuizen en G.C.C. Lewin en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 mei 2012.