Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2026:970
2026-07-15
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
24/1551 WAO-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Weigering om terug te komen van de weigering om appellant per 3 september 1997 een uitkering op grond van de WAO toe te kennen. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CRVB:2021:2778 Centrale Raad van Beroep 10-11-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.427 tekens)
24/1551 WAO-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 juni 2024, 23/6198 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 15 juli 2026
Zitting heeft: T. Dompeling
Griffier: C.C.M. van 't Hol
Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Y. Huisman.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 14 september 2023 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 31 mei 2023 ongegrond verklaard. In dat besluit is geweigerd om terug te komen van de weigering om appellant per 3 september 1997 een uitkering op grond van de WAO toe te kennen. Appellant heeft in het verleden meerdere herzieningsverzoeken ingediend. In de procedure volgend op zijn herzieningsverzoek van 30 april 2019 heeft de Raad op 10 november 2021 onder meer geoordeeld dat het Uwv terecht heeft geweigerd om terug te komen op eerdere besluitvorming. De rechtbank heeft geoordeeld dat de door appellant ingezonden medische informatie al in eerdere procedures is overgelegd en dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad ziet geen aanleiding hierover anders te oordelen.
De stukken die appellant in hoger beroep heeft overgelegd maken de beoordeling niet anders, onder meer omdat die stukken al eerder ingebracht hadden kunnen worden of niet zien op de datum in geding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) C.C.M. van 't Hol (getekend) T. Dompeling
Zie CRvB 10 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2778.
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 juni 2024, 23/6198 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 15 juli 2026
Zitting heeft: T. Dompeling
Griffier: C.C.M. van 't Hol
Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Y. Huisman.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 14 september 2023 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 31 mei 2023 ongegrond verklaard. In dat besluit is geweigerd om terug te komen van de weigering om appellant per 3 september 1997 een uitkering op grond van de WAO toe te kennen. Appellant heeft in het verleden meerdere herzieningsverzoeken ingediend. In de procedure volgend op zijn herzieningsverzoek van 30 april 2019 heeft de Raad op 10 november 2021 onder meer geoordeeld dat het Uwv terecht heeft geweigerd om terug te komen op eerdere besluitvorming. De rechtbank heeft geoordeeld dat de door appellant ingezonden medische informatie al in eerdere procedures is overgelegd en dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad ziet geen aanleiding hierover anders te oordelen.
De stukken die appellant in hoger beroep heeft overgelegd maken de beoordeling niet anders, onder meer omdat die stukken al eerder ingebracht hadden kunnen worden of niet zien op de datum in geding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) C.C.M. van 't Hol (getekend) T. Dompeling
Zie CRvB 10 november 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2778.