Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2026:914

2026-06-25 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 26/251 ANW-VV-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2026-06-25
Publicatiedatum
2026-07-14
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Proces-verbaal
Zaaknummer
26/251 ANW-VV-PV
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De Raad wijst het verzoek tot treffen van een voorlopige voorziening af. In deze zaak is onvoldoende gebleken van een actueel spoedeisend belang, nu de Raad binnen afzienbare tijd uitspraak zal doen in de bodemprocedure.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.015 tekens)
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter



26251 ANW-VV-PV









Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening







Partijen:




[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)



de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)








Datum uitspraak: 25 juni 2026



Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Griffier: C.C.M. van 't Hol



Namens verzoekster is verschenen mr. N. Talhaoui, advocaat. De Svb heeft zich via beeldbellen laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.





BESLISSING


De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek tot treffen van een voorlopige voorziening af.



Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.


1. Met een besluit van 24 september 2019 heeft de Svb per oktober 2015 de ANWuitkering van verzoekster ingetrokken, omdat zij niet meer is aan te merken als nabestaande in de zin van de ANW. Uit onderzoek is gebleken dat verzoekster op 25 juni 2015, voor het overlijden van haar echtgenoot, van hem gescheiden was. Met uiteindelijk een besluit van 30 april 2024 is het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.

2. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 30 april 2024 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de Svb opdracht gegeven opnieuw op het bezwaar te beslissen. Daarbij is een veroordeling uitgesproken tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Volgens de rechtbank is geen duidelijkheid verkregen over de vraag of de echtscheidingsakte is ingeschreven in de Marokkaanse registers. De Svb heeft hierdoor onvoldoende gemotiveerd dat de echtscheiding juridisch was voltooid op het moment van overlijden van de echtgenoot.

3. De Svb heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Verzoekster heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.

4. De voorzieningenrechter is bevoegd om op verzoek een voorlopige voorziening te treffen als is voldaan aan de voorwaarde dat onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist.


4.1.
In deze zaak is onvoldoende gebleken van een actueel spoedeisend belang, nu de Raad binnen afzienbare tijd uitspraak zal doen in de bodemprocedure.


5. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.




Waarvan proces-verbaal.



De griffier De voorzieningenrechter







Uitspraak van 16 december 2025, 24/2696, ECLI:NL:RBAMS:2025:9887.


Onder zaaknummers 26/143 ANW en 26/1055 ANW.