Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2026:914
2026-06-25
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
26/251 ANW-VV-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De Raad wijst het verzoek tot treffen van een voorlopige voorziening af. In deze zaak is onvoldoende gebleken van een actueel spoedeisend belang, nu de Raad binnen afzienbare tijd uitspraak zal doen in de bodemprocedure.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RBAMS:2025:9887 Rechtbank Amsterdam 16-12-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.015 tekens)
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
26251 ANW-VV-PV
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 25 juni 2026
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Griffier: C.C.M. van 't Hol
Namens verzoekster is verschenen mr. N. Talhaoui, advocaat. De Svb heeft zich via beeldbellen laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek tot treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Met een besluit van 24 september 2019 heeft de Svb per oktober 2015 de ANWuitkering van verzoekster ingetrokken, omdat zij niet meer is aan te merken als nabestaande in de zin van de ANW. Uit onderzoek is gebleken dat verzoekster op 25 juni 2015, voor het overlijden van haar echtgenoot, van hem gescheiden was. Met uiteindelijk een besluit van 30 april 2024 is het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 30 april 2024 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de Svb opdracht gegeven opnieuw op het bezwaar te beslissen. Daarbij is een veroordeling uitgesproken tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Volgens de rechtbank is geen duidelijkheid verkregen over de vraag of de echtscheidingsakte is ingeschreven in de Marokkaanse registers. De Svb heeft hierdoor onvoldoende gemotiveerd dat de echtscheiding juridisch was voltooid op het moment van overlijden van de echtgenoot.
3. De Svb heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Verzoekster heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.
4. De voorzieningenrechter is bevoegd om op verzoek een voorlopige voorziening te treffen als is voldaan aan de voorwaarde dat onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist.
4.1.
In deze zaak is onvoldoende gebleken van een actueel spoedeisend belang, nu de Raad binnen afzienbare tijd uitspraak zal doen in de bodemprocedure.
5. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzieningenrechter
Uitspraak van 16 december 2025, 24/2696, ECLI:NL:RBAMS:2025:9887.
Onder zaaknummers 26/143 ANW en 26/1055 ANW.
Voorzieningenrechter
26251 ANW-VV-PV
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening
Partijen:
[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 25 juni 2026
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Griffier: C.C.M. van 't Hol
Namens verzoekster is verschenen mr. N. Talhaoui, advocaat. De Svb heeft zich via beeldbellen laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.
BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek tot treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1. Met een besluit van 24 september 2019 heeft de Svb per oktober 2015 de ANWuitkering van verzoekster ingetrokken, omdat zij niet meer is aan te merken als nabestaande in de zin van de ANW. Uit onderzoek is gebleken dat verzoekster op 25 juni 2015, voor het overlijden van haar echtgenoot, van hem gescheiden was. Met uiteindelijk een besluit van 30 april 2024 is het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 30 april 2024 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de Svb opdracht gegeven opnieuw op het bezwaar te beslissen. Daarbij is een veroordeling uitgesproken tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Volgens de rechtbank is geen duidelijkheid verkregen over de vraag of de echtscheidingsakte is ingeschreven in de Marokkaanse registers. De Svb heeft hierdoor onvoldoende gemotiveerd dat de echtscheiding juridisch was voltooid op het moment van overlijden van de echtgenoot.
3. De Svb heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. Verzoekster heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.
4. De voorzieningenrechter is bevoegd om op verzoek een voorlopige voorziening te treffen als is voldaan aan de voorwaarde dat onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, het treffen van een voorlopige voorziening vereist.
4.1.
In deze zaak is onvoldoende gebleken van een actueel spoedeisend belang, nu de Raad binnen afzienbare tijd uitspraak zal doen in de bodemprocedure.
5. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzieningenrechter
Uitspraak van 16 december 2025, 24/2696, ECLI:NL:RBAMS:2025:9887.
Onder zaaknummers 26/143 ANW en 26/1055 ANW.