Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2026:1148

2026-08-20 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 25/2018 ANW-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2026-08-20
Publicatiedatum
2026-09-08
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
25/2018 ANW-PV
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Herhaalde aanvraag. Duuraanspraak. Geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden. De Svb heeft met juistheid geconcludeerd dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor het toekennen van een ANW-uitkering. Ook naar de toekomst toe bestaat geen recht op een ANW-uitkering, omdat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.059 tekens)
25/2018 ANW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer


Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 augustus 2025, 24/7594 (aangevallen uitspraak)


Partijen:



[appellante] te [woonplaats] , Marokko (appellante)


de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)


Datum uitspraak: 20 augustus 2026


Zitting heeft: L.M. Tobé
Griffier: A.M. van Oorschot


De zitting is gehouden op 20 augustus 2026. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.A. van der Vlist.


BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.


1. Met een besluit van 2 oktober 2024 is het verzoek van appellante om de eerdere besluitvorming op grond van de ANW te herzien afgewezen. Dit is gehandhaafd met een beslissing op bezwaar van 15 november 2024 (bestreden besluit). Hieraan is ten grondslag gelegd dat geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden en dat de eerdere besluitvorming ook niet onmiskenbaar onjuist is. Ook naar de toekomst toe bestaat geen recht op een ANW-uitkering, omdat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Postuum toelaten tot de vrijwillige verzekering is volgens de Svb niet mogelijk.



Uitspraak van de rechtbank



2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft overwogen dat appellante vraagt om terug te komen van het in rechte vaststaande besluit van 31 oktober 2022. Hiermee is sprake van een herhaalde aanvraag als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb, waarbij het gaat om een duuraanspraak. Dit betekent dat onderscheid moet worden gemaakt tussen het verleden en de toekomst. Wat betreft de toekomst oordeelt de rechtbank dat de Svb met juistheid heeft geconcludeerd dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor het toekennen van een ANW-uitkering. De echtgenoot van appellante was ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd, omdat hij niet in Nederland woonde of werkte. Daarnaast was hij niet vrijwillig verzekerd. Ook was hij niet verzekerd op grond van de Marokkaanse wettelijke regeling en appellante ontleent daarom ook geen recht op een ANW-uitkering aan het NMV. Volgens de rechtbank volgt hieruit dat er voor wat betreft het verleden geen reden is om het besluit als onmiskenbaar onjuist te beschouwen. Ook ziet de rechtbank geen (andere) redenen waarom de afwijzing van de herhaalde aanvraag onredelijk zou zijn. Het verzoek van appellante om een ANW-uitkering is volgens de rechtbank dan ook terecht afgewezen.
Standpunt van appellante
3. Appellante is het met de uitspraak niet eens. Wat zij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.



Het oordeel van de Raad

4.1.
De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.



4.2.
De Raad is het eens met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de overwegingen waarop dat oordeel berust. De Raad voegt hier het volgende aan toe. Het betoog van appellante dat haar overleden echtgenoot een pensioen op grond van de AOW ontving leidt niet tot een ander oordeel dan waartoe de rechtbank is gekomen, omdat het hebben van een AOW-pensioen geen criterium is bij het beoordelen van het recht op een ANW-uitkering. De stelling van appellante dat zij de ANW-uitkering nodig heeft om haar gezin te onderhouden en in haar persoonlijke behoeften te voorzien, geeft ook geen recht op een ANW-uitkering en leidt dus evenmin tot een ander oordeel. De aangevallen uitspraak wordt dan ook bevestigd.


5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.




Waarvan proces-verbaal.



De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer



(getekend) A.M. van Oorschot (getekend) L.M. Tobé





Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.




Algemene nabestaandenwet.


Algemene wet bestuursrecht.


Zie ook de uitspraak van de Raad van 8 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW8262.


Algemeen verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko.


Algemene ouderdomswet.