Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2025:1710

2025-11-13 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 25/711 ANW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2025-11-13
Publicatiedatum
2025-11-28
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Herziening
Zaaknummer
25/711 ANW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Wat verzoekster heeft aangevoerd zijn geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.

Citeert (2)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.162 tekens)
25/711 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 27 november 2024, 23/504 ANW-V







Partijen:




[verzoekster] te Marokko (verzoekster)



de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)



Datum uitspraak: 13 november 2025





SAMENVATTING




In deze zaak wijst de Raad een door verzoekster ingediend herzieningsverzoek af.





PROCESVERLOOP


Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 27 november 2024.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2025. Partijen zijn niet verschenen.





OVERWEGINGEN



Inleiding

1. De Raad heeft op 27 november 2024 uitspraak gedaan in een zaak van verzoekster. In die uitspraak is het verzet tegen een eerdere uitspraak van de Raad van 11 april 2024 ongegrond verklaard. In de laatstgenoemde uitspraak is het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 juli 2022, 21/146 niet-ontvankelijk verklaard, omdat verzoekster te laat hoger beroep had ingesteld. Inhoudelijk ging de zaak bij de rechtbank over de weigering van toekenning van een ANW-uitkering omdat de echtgenoot van verzoekster op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was.

2. Verzoekster heeft de Raad in haar verzoek om herziening erop gewezen dat zij weduwe is en daarom recht heeft op een nabestaandenuitkering.



Het oordeel van de Raad


3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.



3.1.
Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld om een hernieuwde discussie over de desbetreffende uitspraak te voeren of te openen maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen.



3.2.
Dit kan alleen indien is voldaan aan de strikte, cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Herziening van een uitspraak op grond van dat artikel is alleen mogelijk op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en;
c. tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden als zij bij de bestuursrechter eerder bekend waren geweest.



3.3.
Wat verzoekster heeft aangevoerd zijn geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb.




Conclusie en gevolgen


3.4.
Hieruit volgt dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.



3.5.
Omdat het verzoek om herziening niet slaagt, krijgt verzoekster het betaalde griffierecht niet terug.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.




Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé, in tegenwoordigheid van L.C. van Bentum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2025.





(getekend) L.M. Tobé





(getekend) L.C. van Bentum





DÉCISION


La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);



statue:



Rejète la demande de révision.



Par conséquent, décidée par L.M. Tobé comme membre, en présence de L.C. van Bentum en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 13 Novembre 2025.





(signé) L.M. Tobé





(signé) L.C. van Bentum



ECLI:NL:CRVB:2024:2341.


ECLI:NL:CRVB:2024:705.


Algemene nabestaandenwet.


Algemene wet bestuursrecht.