Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2025:1447

2025-09-30 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 24/2824 PW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2025-09-30
Publicatiedatum
2025-10-02
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
24/2824 PW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | PJ 2025/125 | PR-Updates.nl 2025-0182

Inhoudsindicatie

Herziening en terugvordering van bijstand. Ouderdomspensioen. Geen toepassing giftenbeleid. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, zijn de inkomsten uit pensioen geen giften als bedoeld in art. 31 lid 2 onder m PW. Er is geen aanleiding om deze inkomsten gelijk te stellen met giften.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.982 tekens)
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer












Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 november 2024, 24/7088 (aangevallen uitspraak)







Partijen:




[appellante] te [woonplaats] (appellante)



het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (college)








Datum uitspraak: 30 september 2025


SAMENVATTING


Het gaat in deze zaak om een herziening en terugvordering van bijstand omdat appellante inkomsten heeft ontvangen uit een ouderdomspensioen. Appellante heeft daartegen aangevoerd dat het college de inkomsten op grond van het giftenbeleid vrij had moeten laten. Net als de rechtbank geeft de Raad appellante geen gelijk.





PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. P. van Baaren, advocaat, hoger beroep ingesteld.



De Raad heeft met een brief van 9 juli 2025 aan partijen voorgehouden hoe de Raad het geschil tussen partijen voorshands ziet, dat hij daarover geen vragen heeft en hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.





OVERWEGINGEN




Inleiding


1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.



1.1.
Appellante ontvangt sinds 18 mei 2018 bijstand op grond van de Participatiewet (PW). Op 5 september 2023 heeft appellante telefonisch meegedeeld dat zij een aanvraag heeft ingediend voor een ouderdomspensioen van de Sociale verzekeringsbank Banko di Seguro Sosial te Curaçao (pensioen). De Sociale verzekeringsbank heeft het pensioen met ingang van 1 november 2022 toegekend.



1.2.
Met een besluit van 29 februari 2024, na bezwaar gehandhaafd met een besluit van 10 juli 2024 (bestreden besluit), heeft het college de bijstand van appellante herzien over de periode van 1 november 2022 tot en met 31 januari 2024 en over die periode gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 4.003,45 van appellante teruggevorderd. Daaraan heeft het college ten grondslag gelegd dat appellante in de periode van 1 november 2022 tot en met 31 januari 2024 inkomsten uit pensioen heeft ontvangen. Deze inkomsten waren nog niet in mindering gebracht op de bijstand.




Uitspraak van de rechtbank



2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.



Het standpunt van appellante



3. Appellante is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Wat zij daartegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.





Het oordeel van de Raad


4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het bestreden besluit over de herziening en terugvordering in stand heeft gelaten aan de hand van wat appellante in hoger beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt. Hierna legt de Raad uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.



4.1.
De gronden in hoger beroep komen er op neer dat het college, in lijn met het giftenbeleid van het college, van de inkomsten uit pensioen een bedrag van € 1.200,- per jaar buiten beschouwing had moeten laten. Deze beroepsgrond slaagt niet.


4.1.1.
Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, zijn de inkomsten uit pensioen geen giften als bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder m, van de PW. Er is geen aanleiding om deze inkomsten gelijk te stellen met giften.






Conclusie en gevolgen


4.2.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat de herziening en terugvordering in stand blijven.



4.3.
Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.




Deze uitspraak is gedaan door mr. P.W. van Straalen in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 september 2025.






(getekend) P.W. van Straalen




(getekend) A.H. Hagendoorn-Huls




Vergelijk de uitspraak van 29 juli 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1126.