Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2023:1314

2023-07-03 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 21 / 3935 PW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2023-07-03
Publicatiedatum
2023-07-11
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
21 / 3935 PW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Toepassing kostendelersnorm. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een commerciële huurrelatie tussen appellant en Y, alleen al omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij huur betaalt aan Y.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.943 tekens)
213935 PW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 1 oktober 2021, 21/2826 (aangevallen uitspraak)







Partijen:




[appellant] te [woonplaats] (appellant)



het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)




Datum uitspraak: 3 juli 2023



Zitting heeft: J. J. Janssen, als lid van de enkelvoudige kamer.
Griffier: L.G. Cornelissen.



Namens appellant is verschenen mr. J.L. Wittensleger. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.F. Jim.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.



Appellant heeft op 16 november 2020 een aanvraag om bijstand ingediend. Daarbij heeft hij vermeld dat hij bankslaper is en bij familie verblijft op adres X. Op adres X staat ook Y ingeschreven.



Het college heeft bij besluit van 4 december 2020 aan appellant bijstand toegekend per
16 november 2020, met toepassing van de kostendelersnorm. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, in het bijzonder wat betreft het toepassen van de kostendelersnorm, maar het college is hier bij besluit van 14 april 2021 (bestreden besluit) bij gebleven.



De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit bij uitspraak van
1 oktober 2021 ongegrond verklaard.



Appellant voert aan dat tussen hem en Y sprake is van een commerciële huurrelatie, zodat het college ten onrechte de kostendelersnorm heeft toegepast.



Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een commerciële huurrelatie tussen appellant en Y, alleen al omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij huur betaalt aan Y. De schriftelijke, mede door Y ondertekende, verklaringen die appellant in dit verband heeft overgelegd, zijn onvoldoende om aannemelijk te achten dat appellant huur betaalt. De gestelde contante huurbetalingen vinden verder geen steun in de stukken, bijvoorbeeld in kwitanties.



Wat verder is aangevoerd behoeft geen bespreking.



Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.



Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.




Waarvan proces-verbaal.



De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer





(getekend) L.G. Cornelissen (getekend) J.J. Janssen