Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2023:1237
2023-06-15
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
22/551 ZW-PV-V
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzet gegrond.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:CRVB:2025:1230 Centrale Raad van Beroep 14-08-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.699 tekens)
22/551 ZW-PV-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzet tegen de uitspraak van 15 juni 2022 van de Centrale Raad van Beroep (22/551 ZW).
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 15 juni 2023
Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: O.N. Haafkes
Ter zitting is mr. K.E.J. Dohmen verschenen namens appellant. Appellant is verschenen via beeldbellen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.P. Heijnen-Veldman
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
In de uitspraak van 15 juni 2022 heeft de Raad het door gemachtigde van appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroepschrift niet tijdig waren ingediend.
Gemachtigde van appellant heeft verklaard dat zij de gronden heeft geprobeerd digitaal in te dienen. Op de momenten dat gemachtigde van appellant probeerde gronden in te dienen kreeg zij verschillende storingsmeldingen. Gemachtigde van appellant heeft de gronden op de eerst volgende werkdag via de digitale postkamer ingediend.
Uit de stukken die gemachtigde van appellant heeft overgelegd en het onderzoek van de Raad bij het Klantcontactcentrum is voldoende aannemelijk geworden dat op de momenten dat gemachtigde van appellant haar gronden probeerde in te dienen sprake was van technische belemmeringen. Gemachtigde van appellant heeft daarna zo spoedig mogelijk, op de eerst volgende werkdag, alsnog de gronden ingediend, zodat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Dat betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van 15 juni 2022 vervalt en dat het onderzoek wordt voorgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad van bestuur van het Uwv moet € 759.- aan proceskosten vergoeden aan appellant.
Op zitting is meegedeeld dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel kan worden ingediend.
Waarvan proces-verbaal
De griffier. De voorzitter.
(getekend) O.N. Haafkes (getekend) J.C. Boeree
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het verzet tegen de uitspraak van 15 juni 2022 van de Centrale Raad van Beroep (22/551 ZW).
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 15 juni 2023
Zitting heeft: J.C. Boeree, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: O.N. Haafkes
Ter zitting is mr. K.E.J. Dohmen verschenen namens appellant. Appellant is verschenen via beeldbellen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.P. Heijnen-Veldman
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
In de uitspraak van 15 juni 2022 heeft de Raad het door gemachtigde van appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het beroepschrift niet tijdig waren ingediend.
Gemachtigde van appellant heeft verklaard dat zij de gronden heeft geprobeerd digitaal in te dienen. Op de momenten dat gemachtigde van appellant probeerde gronden in te dienen kreeg zij verschillende storingsmeldingen. Gemachtigde van appellant heeft de gronden op de eerst volgende werkdag via de digitale postkamer ingediend.
Uit de stukken die gemachtigde van appellant heeft overgelegd en het onderzoek van de Raad bij het Klantcontactcentrum is voldoende aannemelijk geworden dat op de momenten dat gemachtigde van appellant haar gronden probeerde in te dienen sprake was van technische belemmeringen. Gemachtigde van appellant heeft daarna zo spoedig mogelijk, op de eerst volgende werkdag, alsnog de gronden ingediend, zodat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Dat betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard. Dit betekent dat de uitspraak van 15 juni 2022 vervalt en dat het onderzoek wordt voorgezet in de stand waarin het zich bevond.
De Raad van bestuur van het Uwv moet € 759.- aan proceskosten vergoeden aan appellant.
Op zitting is meegedeeld dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel kan worden ingediend.
Waarvan proces-verbaal
De griffier. De voorzitter.
(getekend) O.N. Haafkes (getekend) J.C. Boeree