Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2023:1191

2023-06-27 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 21 / 4105 PW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2023-06-27
Publicatiedatum
2023-06-27
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
21 / 4105 PW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Onbevoegdheidsverklaring. Vergoeding griffiekosten.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.164 tekens)
Datum uitspraak: 27 juni 2023
21/4105 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 16 november 2021, 21/1700 V (aangevallen uitspraak)








Partijen:




[appellant] te [woonplaats] (appellant)



het college van burgemeester en wethouders van Heereveen




PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.





OVERWEGINGEN


Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.



In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld. Dit lijdt slechts uitzondering indien zich een zodanig ernstige schending van de eisen van een goede procesorde dan wel van fundamentele rechtsbeginselen heeft voorgedaan, dat van een eerlijke en onafhankelijke behandeling niet meer kan worden gesproken (zie hiervoor de uitspraak van 19 maart 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:946).



Wat appellant heeft aangevoerd, biedt geen grond voor het oordeel dat zich in dit geval een zodanig ernstige schending heeft voorgedaan. Dat appellant het met de aangevallen uitspraak niet eens is, is onvoldoende.



De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.



De Raad ziet aanleiding te bepalen dat het in hoger beroep betaalde griffierecht door de griffier aan appellant wordt terugbetaald.



Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.






BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep


- verklaart zich onbevoegd;
- bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 134,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellant wordt terugbetaald.



Deze uitspraak is gedaan door J.J. Janssen, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2023.




(getekend) J.J. Janssen






(getekend) D. van der Boom




Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.