Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2022:2508

2022-11-24 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 22 / 2110 AOW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2022-11-24
Publicatiedatum
2022-11-25
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
22 / 2110 AOW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek om herziening afgewezen. Geen nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in art. 8:119, lid 1, Awb.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.625 tekens)
222110 AOW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 21 mei 2021, 20/207 AOW-V







Partijen:




[verzoeksters] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster)



de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank




Datum uitspraak: 24 november 2022



PROCESVERLOOP



In de uitspraak van de Raad van 1 augustus 2019, 19/1915 AOW is het hoger beroep van verzoekster tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 maart 2019, 18/5208
niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald en het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend. Dit betekent dat het hoger beroep niet in behandeling kon worden genomen.



Op 18 december 2019 ontvangt de Raad een brief van verzoeker gedateerd 10 augustus 2019.
Deze brief is aangemerkt als verzoek om herziening van de uitspraak van 1 augustus 2019, 19/1915 AOW.



In de uitspraak van 6 augustus 2020, 20/207 AOW is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is voldaan. Dit betekent dat het verzoek om herziening niet in behandeling kon worden genomen. Tegen deze uitspraak is verzet gedaan, dat door de Raad op 12 januari 2021 is ontvangen.



In de uitspraak van de Raad van 21 mei 2021, 20/207 AOW is het verzet niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzet te laat is ontvangen. Dit betekent dat het verzet niet in behandeling kon worden genomen.



Verzoekster is het niet eens met de uitspraak van de Raad van 21 mei 2021, 20/207 AOW en heeft op 14 mei 2022 verzocht om herziening van die uitspraak. Het verzoek om herziening heeft als registratienummer 22/2110 AOW.



Het verzoek met registratienummer 22/2110 AOW is aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 13 oktober 2022. Partijen zijn daar niet verschenen.





OVERWEGINGEN


In de uitspraak van 21 mei 2021 heeft de Raad het verzet van verzoekster tegen de
uitspraak van de Raad van 6 augustus 2020 niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzetschrift niet tijdig is ingediend. De Raad heeft deze beslissing genomen op grond van de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat het verzet niet in behandeling kon worden genomen.



Verzoekster heeft de Raad in haar verzoek om herziening opnieuw erop gewezen dat Covid omstandigheden de oorzaak zijn van het te laat ingediende verzetschrift en zij is het ook niet eens met het opnieuw heffen van griffierecht.



Op grond van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:








hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,


ij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en


waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.




Het is vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van 26 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1615) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Verzoeker heeft geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb maar voren gebracht. Het verzoek om herziening moet dan ook worden afgewezen.



Nu niet is gebleken van enig nieuw feit of enige omstandigheid als bedoeld in genoemde bepalingen van de Awb zal het verzoek om herziening worden afgewezen.



Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.





BESLISSING



De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.




Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van I. van der Hout als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2022.




(Getekend) J.C. Boeree





(Getekend) I. van der Hout




EBV 18-10-2022