Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2022:1211
2022-05-20
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
21/1834 PW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzet gegrond. In verzet is gebleken dat er op 6 september 2021 een regiezitting heeft plaatsgevonden waarbij de zaken CRvB 21/1834 PW en CRvB 21/1836 PW op zitting zijn behandeld. Onder deze omstandigheden is het niet langer mogelijk een (hoger) beroep kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren. In CRvB 21/1835 is de zaak niet op een zitting behandeld, maar de Raad ziet gelet op de samenhang tussen de zaken en de gezamenlijke afdoening door de Raad in de uitspraak van 25 januari 2022 geen aanleiding om in die zaak anders te oordelen. Appellant zal nog een termijn worden gegund om gronden in te dienen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:CRVB:2023:1892 Centrale Raad van Beroep 03-10-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (2.683 tekens)
Datum uitspraak: 20 mei 2022
21/1834 PW, 21/1835 PW, 21/1836 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 april 2021, 20/888, 20/1233 en 20/1234 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (dagelijks bestuur)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak op 25 januari 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Namens appellant heeft de gemachtigde van appellant, mr. J. Sprakel, verzet ingediend.
OVERWEGINGEN
In de uitspraak van de Raad van 25 januari 2022 is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen gronden zijn ingediend.
In verzet is gebleken dat er op 6 september 2021 een regiezitting heeft plaatsgevonden waarbij de zaken CRvB 21/1834 PW en CRvB 21/1836 PW op zitting zijn behandeld. Onder deze omstandigheden is het niet langer mogelijk een (hoger) beroep kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren. In CRvB 21/1835 is de zaak niet op een zitting behandeld, maar de Raad ziet gelet op de samenhang tussen de zaken en de gezamenlijke afdoening door de Raad in de uitspraak van 25 januari 2022 geen aanleiding om in die zaak anders te oordelen. Appellant zal nog een termijn worden gegund om gronden in te dienen.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 25 januari 2022 vervalt en het onderzoek van wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) K.R. van Renswoude
21/1834 PW, 21/1835 PW, 21/1836 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 april 2021, 20/888, 20/1233 en 20/1234 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (dagelijks bestuur)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft het hoger beroep van appellant tegen de aangevallen uitspraak op 25 januari 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de Raad het hoger beroep niet inhoudelijk in behandeling kan nemen. De Raad heeft de beslissing genomen op grond van de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht.
Namens appellant heeft de gemachtigde van appellant, mr. J. Sprakel, verzet ingediend.
OVERWEGINGEN
In de uitspraak van de Raad van 25 januari 2022 is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen gronden zijn ingediend.
In verzet is gebleken dat er op 6 september 2021 een regiezitting heeft plaatsgevonden waarbij de zaken CRvB 21/1834 PW en CRvB 21/1836 PW op zitting zijn behandeld. Onder deze omstandigheden is het niet langer mogelijk een (hoger) beroep kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren. In CRvB 21/1835 is de zaak niet op een zitting behandeld, maar de Raad ziet gelet op de samenhang tussen de zaken en de gezamenlijke afdoening door de Raad in de uitspraak van 25 januari 2022 geen aanleiding om in die zaak anders te oordelen. Appellant zal nog een termijn worden gegund om gronden in te dienen.
Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van 25 januari 2022 vervalt en het onderzoek van wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2022.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) K.R. van Renswoude