Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2022:1128
2022-05-10
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
20/3737 PW-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Ontbreken procesbelang. In geding is de afwijzing van het verzoek om ontheffing van de aan bijstand verbonden arbeidsverplichtingen. Het college heeft naar voren gebracht dat appellant na verhuizing met geen bijstand meer ontvangt van het college en dat aan hem voordien onverminderd bijstand is verleend, dat geen maatregel aan hem is opgelegd, dat hem geen traject is aangeboden en dat ook geen nadere onderzoeken meer hebben plaatsgevonden naar de arbeidsmogelijkheden van appellant. Het resultaat van dit hoger beroep heeft voor appellant geen feitelijke betekenis meer. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Citeert (2)
- ECLI:NL:CRVB:2008:BC3264 Centrale Raad van Beroep 29-01-2008
- ECLI:NL:CRVB:2016:2024 Centrale Raad van Beroep 24-05-2016
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.063 tekens)
203737 PW-PV
Datum uitspraak: 10 mei 2022
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 september 2020, 20/2645 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen (college)
Zitting heeft: K.M.P. Jacobs
Griffier: B. Beerens
Ter zitting is appellant verschenen, bijgestaan door mr. J. Berkouwer, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door R.M.A. Desain.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
In geding is de afwijzing van het verzoek om ontheffing van de aan bijstand verbonden arbeidsverplichtingen bij besluit van 18 november 2019.
Voor het antwoord op de vraag of een betrokkene voldoende procesbelang heeft, is volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 29 januari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC3264) bepalend of het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Zie ook nog de uitspraak van 24 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2024.
Het college heeft bij verweerschrift – onweersproken – naar voren gebracht dat appellant na verhuizing met ingang van 6 oktober 2020 geen bijstand meer ontvangt van het college en dat aan hem voordien onverminderd bijstand is verleend, dat geen maatregel aan hem is opgelegd, dat hem geen traject is aangeboden en dat ook geen nadere onderzoeken meer hebben plaatsgevonden naar de arbeidsmogelijkheden van appellant.
Appellant heeft – desgevraagd – aangegeven dat voor hem het principe van belang is. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is echter onvoldoende voor het aannemen van procesbelang in evenvermelde zin.
Het resultaat van dit hoger beroep heeft voor appellant geen feitelijke betekenis meer. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit brengt mee dat voor een veroordeling tot vergoeding van schade geen grond aanwezig is.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat evenmin aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) B. Beerens (getekend) K.M.P. Jacobs
Datum uitspraak: 10 mei 2022
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 28 september 2020, 20/2645 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen (college)
Zitting heeft: K.M.P. Jacobs
Griffier: B. Beerens
Ter zitting is appellant verschenen, bijgestaan door mr. J. Berkouwer, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door R.M.A. Desain.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
In geding is de afwijzing van het verzoek om ontheffing van de aan bijstand verbonden arbeidsverplichtingen bij besluit van 18 november 2019.
Voor het antwoord op de vraag of een betrokkene voldoende procesbelang heeft, is volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 29 januari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC3264) bepalend of het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Zie ook nog de uitspraak van 24 mei 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2024.
Het college heeft bij verweerschrift – onweersproken – naar voren gebracht dat appellant na verhuizing met ingang van 6 oktober 2020 geen bijstand meer ontvangt van het college en dat aan hem voordien onverminderd bijstand is verleend, dat geen maatregel aan hem is opgelegd, dat hem geen traject is aangeboden en dat ook geen nadere onderzoeken meer hebben plaatsgevonden naar de arbeidsmogelijkheden van appellant.
Appellant heeft – desgevraagd – aangegeven dat voor hem het principe van belang is. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is echter onvoldoende voor het aannemen van procesbelang in evenvermelde zin.
Het resultaat van dit hoger beroep heeft voor appellant geen feitelijke betekenis meer. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit brengt mee dat voor een veroordeling tot vergoeding van schade geen grond aanwezig is.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat evenmin aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) B. Beerens (getekend) K.M.P. Jacobs