Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2021:3286

2021-12-21 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 20/4288 PW-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2021-12-21
Publicatiedatum
2021-12-24
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
20/4288 PW-PV
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het besluit is aangetekend verzonden naar het juiste adres. Appellant heeft geen feiten aannemelijk gemaakt op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat afhaalberichten zijn achtergelaten.

Citeert (2)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.535 tekens)
204288 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 2 december 2020, 20/601 (aangevallen uitspraak)







Partijen:




[appellant] te [woonplaats] (appellant)



het college van burgemeester en wethouders van Zwolle (college)




Datum uitspraak: 21 december 2021



Zitting heeft: P.W. van Straalen
Griffier: J.E. Mink
Partijen zijn niet verschenen ter zitting.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.



Het gaat in deze zaak om de niet-ontvankelijkverklaring van een door appellant ingediend bezwaarschrift tegen een besluit van 5 augustus 2019, waarbij het college een bedrag van € 6.102,02 mede van appellant heeft teruggevorderd.



Niet in geschil is dat het college het besluit van 5 augustus 2019 aangetekend heeft verstuurd naar het juiste adres. Indien een poststuk aangetekend is verzonden en de belanghebbende de ontvangst daarvan ontkent, dient te worden onderzocht of het stuk op regelmatige wijze aan het adres van de belanghebbende is aangeboden. Zie bijvoorbeeld de uitspraak
25 oktober 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:4046.



Appellant betwist dat een afhaalbericht is achtergelaten. Dit betekent dat moet worden onderzocht of het besluit van 5 augustus 2019 op regelmatige wijze is aangeboden op het adres van appellant.



Uit de door het college overgelegde enveloppe en de daarbij behorende verzendstatusinformatie blijkt dat het de postbezorger op 6 augustus 2019 en op
7 augustus 2019 niet lukte de brief op het adres van appellant te bezorgen. De brief is daarna naar een PostNL-locatie gegaan. Ook blijkt uit het overzicht dat de brief op 8 augustus 2019 is overgedragen aan de afhaallocatie, dat de brief daar niet is afgehaald en dat de brief daarna op 24 augustus 2019 retour is bezorgd aan het college.



Gelet hierop is aannemelijk dat de postbesteller bij zijn pogingen tot aanbieding een afhaalbericht op het adres van appellant heeft achtergelaten. Vergelijk de uitspraak van 20 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU9183. Appellant heeft geen feiten aannemelijk gemaakt op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat afhaalberichten zijn achtergelaten. De omstandigheid dat, zoals appellant aanvoert, in de uitspraak van 20 december 2011 sprake was van een aantekening op de enveloppe dat bij de poging tot aanbieding van het poststuk op het betreffende adres sprake was van “geen gehoor”, leidt niet tot een ander oordeel. In het geval van appellant blijkt uit de verzendadministratie dat tot twee keer toe tevergeefs is geprobeerd het besluit van 5 augustus 2019 op zijn adres aan te bieden.



Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.



Voor een kostenveroordeling bestaat geen aanleiding.





Waarvan proces-verbaal.



De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer





(getekend) J.E. Mink (getekend) P.W. van Straalen