Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2021:3280

2021-12-21 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 19/3531 PW-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2021-12-21
Publicatiedatum
2021-12-24
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
19/3531 PW-PV
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een verhuizing. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat de verhuizing noodzakelijk was.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.383 tekens)
193531 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 3 juli 2019, 19/902 (aangevallen uitspraak)







Partijen:




[appellante] te [woonplaats] (appellante)



het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)




Datum uitspraak: 21 december 2021



Zitting heeft: P.W. van Straalen
Griffier: J.E. Mink
Ter zitting is verschenen mr. M.M. de Jong, advocaat en gemachtigde van appellante.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.



Het gaat in deze zaak om de afwijzing van een aanvraag om bijzondere bijstand voor kosten die verband houden met de verhuizing van appellante naar een ander woonadres. Het college heeft de bijstand afgewezen omdat geen sprake is van een noodzakelijke verhuizing.



Voor het toetsingskader volstaat de Raad hier met een verwijzing naar de uitsprak van 23 februari 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:447.



Het geschil in hoger beroep ziet alleen op de vraag of de verhuizing van appellante noodzakelijk was. Zij heeft in dat kader aangevoerd dat zij op een kleine studio, een studentenkamer, woonde. Zij had daar geen mogelijkheid ad om haar kinderen te ontvangen en om creatief te zijn. De studio bevond zich in een drukke buurt met aan de overkant regelmatig invallen en ruzies en schreeuwen op straat. Bij appellanten ontstonden daardoor burn-outklachten en uitval op het werk. Het gevolg was slapeloosheid en opspelende alcoholproblematiek. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft appellante een verklaring van haar huisarts overgelegd, waarin staat dat appellante een borderline stoornis heeft. Ook is sprake van een trauma gepaard gaande met een depressieve episode en alcoholmisbruik. Appellante is volgens de huisarts gebaat bij een rustige woonomgeving.



Omdat appelante een beroep doet op bijzondere bijstand, moet zij aannemelijk maken dat de verhuizing noodzakelijk was. Daarin is zij niet geslaagd. Concrete bewijsstukken waaruit de noodzaak om te verhuizen blijkt, ontbreken. Uit de verklaring van de huisarts valt weliswaar op te maken dat appellante gebaat is bij een rustige woonomgeving, maar die verklaring zegt niets over hoe de woonsituatie van appellante op haar oude adres was. Ook blijkt daaruit niet welke gevolgen die oude woonsituatie voor appellante heeft gehad of nog zouden hebben gehad. Dit betekent dat ook niet kan worden geconcludeerd dat sprake was van dusdanige omstandigheden dat verhuizen noodzakelijk was.



De in hoger beroep aangevoerde grond slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.



Voor een kostenveroordeling bestaat dan geen aanleiding.




Waarvan proces-verbaal.



De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer





(getekend) J.E. Mink (getekend) P.W. van Straalen