Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2021:2559

2021-10-15 Bestuursrecht; Ambtenarenrecht 21/1905 AW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2021-10-15
Publicatiedatum
2021-10-15
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
21/1905 AW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.967 tekens)
Datum uitspraak: 15 oktober 2021
21/1905 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van
16 april 2021, 20/3094








Partijen:




[Appellant] te [woonplaats]



de Minister van Financiën




PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.





OVERWEGINGEN


In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.



Bij brief van 1 juni 2021 is appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 270,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.



Bij aangetekende brief van 2 juli 2021 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven, dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellant er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.



Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.



Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.



Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.






BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2021.





(getekend) C.H. Bangma





(getekend) D. van der Boom





Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.