Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2021:2305
2021-09-10
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
20/4492 WMO15
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ingebrekestelling vereist bij ontbreken beslistermijn na toepassing 8:113 Awb. In dit geval is een ingebrekestelling vereist, omdat de Raad in de uitspraak van 29 juli 2020 (ECLI:NL:CRVB:2020:1652) geen termijn heeft bepaald waarbinnen de nieuwe beslissing op het bezwaar moet worden genomen. Dit betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede en derde lid, van de Awb. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Citeert (2)
- ECLI:NL:CRVB:2020:1652 Centrale Raad van Beroep 29-07-2020
- ECLI:NL:RVS:2019:673 Raad van State 08-03-2019
Geciteerd door (229)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:8808 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-09-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:8815 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-09-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:8810 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-09-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:8805 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-09-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:8817 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-09-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:7608 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14-08-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5787 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26-06-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:5125 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-06-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4013 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 08-05-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:4008 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 06-05-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:3313 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22-04-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2380 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 27-03-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2236 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26-03-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2235 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26-03-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2358 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26-03-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2116 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20-03-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2118 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20-03-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1772 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13-03-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1773 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13-03-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1483 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 06-03-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1400 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 04-03-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1398 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 03-03-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1244 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1051 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1015 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:1004 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:933 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:956 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:955 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:954 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:652 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 06-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:604 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 03-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:585 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:586 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:587 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-02-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:269 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21-01-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:271 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21-01-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2025:9309 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:9223 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:9222 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:9875 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:9411 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 23-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:9126 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:9129 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:9127 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:9128 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 22-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:8737 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 05-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:8591 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 03-12-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:8329 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26-11-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:8331 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 26-11-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:7536 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31-10-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:7538 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 31-10-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:6269 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15-09-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5850 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29-08-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5849 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29-08-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5853 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29-08-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5859 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29-08-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5888 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29-08-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5889 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29-08-2025
- ECLI:NL:RBZWB:2025:5858 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 29-08-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (3.454 tekens)
204492 WMO15
Datum uitspraak: 10 september 2021
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Haarlem (college)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak van 29 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1652, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 21 januari 2020 vernietigd, het beroep van appellante gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar van 17 december 2019 vernietigd. Het college is opdracht gegeven om een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen met inachtneming van wat in die uitspraak is overwogen. Verder is met toepassing van artikel 8:113, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat tegen een door het college nieuw te nemen besluit slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld.
Namens appellante heeft mr. E.C. Weijsenfeld, advocaat, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan het beroepschrift worden ingediend zodra:
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen of een van rechtswege verleende beschikking bekend te maken, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
Ingevolge het derde lid van dit artikel kan indien redelijkerwijs niet van de belanghebbende kan worden gevergd dat hij het bestuursorgaan in gebreke stelt, het beroepschrift worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen.
Appellante heeft, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:673, zich op het standpunt gesteld dat in dit geval geen ingebrekestelling is vereist voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar.
De Raad volgt dit standpunt niet. In dit geval is een ingebrekestelling vereist, omdat de Raad in de uitspraak van 29 juli 2020 geen termijn heeft bepaald waarbinnen de nieuwe beslissing op het bezwaar moet worden genomen. Dit betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede en derde lid, van de Awb.
Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor toepassing van artikel 8:55c van de Awb bestaat geen grond.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen nietontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2021.
(getekend) L.M. Tobé
(getekend) P. Boer
Datum uitspraak: 10 september 2021
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Haarlem (college)
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak van 29 juli 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1652, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 21 januari 2020 vernietigd, het beroep van appellante gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar van 17 december 2019 vernietigd. Het college is opdracht gegeven om een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen met inachtneming van wat in die uitspraak is overwogen. Verder is met toepassing van artikel 8:113, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat tegen een door het college nieuw te nemen besluit slechts bij de Raad beroep kan worden ingesteld.
Namens appellante heeft mr. E.C. Weijsenfeld, advocaat, beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb kan het beroepschrift worden ingediend zodra:
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen of een van rechtswege verleende beschikking bekend te maken, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.
Ingevolge het derde lid van dit artikel kan indien redelijkerwijs niet van de belanghebbende kan worden gevergd dat hij het bestuursorgaan in gebreke stelt, het beroepschrift worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen.
Appellante heeft, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:673, zich op het standpunt gesteld dat in dit geval geen ingebrekestelling is vereist voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar.
De Raad volgt dit standpunt niet. In dit geval is een ingebrekestelling vereist, omdat de Raad in de uitspraak van 29 juli 2020 geen termijn heeft bepaald waarbinnen de nieuwe beslissing op het bezwaar moet worden genomen. Dit betekent dat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede en derde lid, van de Awb.
Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Voor toepassing van artikel 8:55c van de Awb bestaat geen grond.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen nietontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door L.M. Tobé, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 september 2021.
(getekend) L.M. Tobé
(getekend) P. Boer