Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2021:1806

2021-07-22 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 20/2792 AOW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2021-07-22
Publicatiedatum
2021-07-26
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
20/2792 AOW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Appellant heeft in hoger beroep geen bewijsstukken van wonen of werken in Nederland ingezonden.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.987 tekens)
202792 AOW


Datum uitspraak: 22 juli 2021




Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
10 juni 2020, 20/204 (aangevallen uitspraak)







Partijen:




[appellant] te [woonplaats] (Marokko) (appellant)



de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)




PROCESVERLOOP



Appellant heeft hoger beroep ingesteld.



De Svb heeft een verweerschrift ingediend.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juni 2021. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich via beeldbellen laten vertegenwoordigen door W. van den Berg.





OVERWEGINGEN


1.1.
Appellant heeft in januari 2014 bij de Svb een aanvraag ingediend om toekenning van een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Deze aanvraag is bij besluit van 15 januari 2015 afgewezen, omdat niet is gebleken dat appellant in Nederland heeft gewoond en gewerkt. Bij uitspraak van 18 augustus 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:2855) heeft de Raad geoordeeld dat de Svb terecht een ouderdomspensioen heeft geweigerd aan appellant. Het hiertegen ingestelde beroep in cassatie is bij arrest van 2 maart 2018 (ECLI:NL:HR:2018:297) door de Hoge Raad der Nederlanden niet-ontvankelijk verklaard. Het besluit van 15 januari 2015 is hierdoor rechtens onaantastbaar geworden.



1.2.
Op 28 augustus 2019 heeft appellant gevraagd om terug te komen van het besluit van 15 januari 2015.



1.3.
Bij besluit van 30 september 2019, gehandhaafd bij het bestreden besluit van 4 december 2019, is dit verzoek afgewezen. Daarbij is in aanmerking genomen dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven om van het besluit van 15 januari 2015 terug te komen en dat dit besluit niet onmiskenbaar onjuist was.

2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de Svb zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat van nieuwe feiten of omstandigheden niet is gebleken. In wat appellant heeft aangevoerd heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om het eerdere besluit van 15 januari 2015 onmiskenbaar onjuist te vinden. Voor zover de Svb het herzieningsverzoek heeft beoordeeld als een verzoek om herziening naar de toekomst, is de rechtbank van oordeel dat de Svb voldoende zorgvuldig onderzoek heeft verricht. De Svb heeft alle aanwezige informatie in het AOW-dossier bekeken, maar daaruit is niet gebleken dat appellant vanaf september 2019 een ouderdomspensioen kan krijgen.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij alle gegevens naar de Svb heeft opgestuurd.



4.1.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.



4.2.
Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen worden volledig onderschreven. Appellant heeft in hoger beroep geen bewijsstukken van wonen of werken in Nederland ingezonden.



4.3.
Het hoger beroep kan daarom niet slagen. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.






BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.




Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van D. Al Zubaidi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2021.





(getekend) T.L. de Vries





(getekend) D. Al-Zubaidi