Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2020:2610

2020-10-23 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 19/639 AKW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2020-10-23
Publicatiedatum
2020-10-27
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
19/639 AKW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Niet gebleken dat verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren heeft gebracht.

Citeert (2)

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.635 tekens)
19639 AKW

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer












Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 15 november 2018, 18/3102







Partijen:




[verzoekster] te [woonplaats] , Marokko (verzoekster)



de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)




Datum uitspraak: 23 oktober 2020



PROCESVERLOOP



Verzoekster heeft gevraagd om herziening van de uitspraak van de Raad van 15 november 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:3625).



De Svb heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om opmerkingen te maken over het herzieningsverzoek.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 september 2020. Partijen zijn niet verschenen.





OVERWEGINGEN

1. Bij uitspraak van 15 november 2018, waarvan nu herziening wordt verzocht, heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 april 2018, 17/5265, bevestigd. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van verzoekster tegen de beslissing op bezwaar van 16 augustus 2017 ongegrond verklaard. De rechtbank was van oordeel dat de Svb terecht het bezwaar tegen het besluit van 14 december 2016 niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat verzoekster te laat bezwaar heeft gemaakt tegen dat besluit. Bij het besluit van 14 december 2016 heeft de Svb de aanvraag om kinderbijslag voor de 41-jarige zoon van verzoekster ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet afgewezen omdat de zoon van verzoekster, [naam zoon], ouder is dan 18 jaar.

2. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren ze bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

3. Verzoekster heeft om herziening gevraagd omdat zij graag kinderbijslag wil hebben voor haar zoon.

4. De gronden van het verzoek om herziening komen erop neer dat verzoekster opnieuw de discussie probeert te voeren over de zaak waarover is beslist bij de uitspraak van de Raad van 15 november 2018. Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 13 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:828) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen terwijl geen sprake is van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren heeft gebracht.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding
BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.




Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van F.E.M. Boon als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2020.





(getekend) E.E.V. Lenos





(getekend) F.E.M. Boon