Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2019:3063
2019-09-20
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
18/6380 AOW-V
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:CRVB:2022:2195 Centrale Raad van Beroep 13-10-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.971 tekens)
Datum uitspraak: 20 september 2019
18/6380 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juni 2018, 17/7095 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 28 maart 2019 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 9 augustus 2019, waar beide partijen niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 28 maart 2019 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 31 juli 2018. Het hogerberoepschrift is op 14 december 2018 ontvangen. De termijn voor het instellen van hoger beroep is daarmee overschreden.
In verzet heeft appellant te kennen gegeven dat hij de aangevallen uitspraak laat heeft ontvangen.
De Raad is van oordeel dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Appellant heeft de late ontvangst van de aangevallen uitspraak niet geconcretiseerd en evenmin met bewijsstukken onderbouwd.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van L.R. Daman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 september 2019.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) L.R. Daman
VC
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par C.H. Bangma en présence de L.R. Daman en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 20 septembre 2019.
18/6380 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juni 2018, 17/7095 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 28 maart 2019 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 9 augustus 2019, waar beide partijen niet zijn verschenen.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 28 maart 2019 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 31 juli 2018. Het hogerberoepschrift is op 14 december 2018 ontvangen. De termijn voor het instellen van hoger beroep is daarmee overschreden.
In verzet heeft appellant te kennen gegeven dat hij de aangevallen uitspraak laat heeft ontvangen.
De Raad is van oordeel dat appellant geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Appellant heeft de late ontvangst van de aangevallen uitspraak niet geconcretiseerd en evenmin met bewijsstukken onderbouwd.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van L.R. Daman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 september 2019.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) L.R. Daman
VC
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par C.H. Bangma en présence de L.R. Daman en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 20 septembre 2019.