Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2019:3032

2019-09-20 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 18/5532 WSFBSF-V
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2019-09-20
Publicatiedatum
2019-09-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Zaaknummer
18/5532 WSFBSF-V
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Aangezien het hogerberoepschrift drie maanden na afloop van de termijn bij de Raad is ontvangen en de verzending niet met bewijsstukken is onderbouwd komt de Raad tot de conclusie dat het hogerberoepschrift te laat is ingediend.

Citeert (1)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.590 tekens)
Datum uitspraak: 20 september 2019
18/5532 WSFBSF-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 juni 2018, 17/6004 (aangevallen uitspraak)








Partijen:




[Appellant] te [woonplaats] (appellant)



de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)




PROCESVERLOOP


Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 10 april 2019 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.



Appellant heeft verzet gedaan.



Het verzet is behandeld ter zitting van 9 augustus 2019. Appellant is verschenen. De minister heeft zich niet laten vertegenwoordigen.





OVERWEGINGEN


De uitspraak van de Raad van 10 april 2019 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.



De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 23 juli 2018. Het hogerberoepschrift is op 23 oktober 2018 door de Raad ontvangen.



In verzet heeft appellant te kennen gegeven dat het hogerberoepschrift tijdig is gepost. Appellant heeft navraag gedaan bij PostNL. Daaruit bleek dat het zou kunnen dat het poststuk aan het begin van het sorteerproces is zoekgeraakt en om die reden later bij de Raad is bezorgd. Appellant voert aan dat het hogerberoepschrift op de juiste manier
– per gewone post – is verzonden. Ook geeft appellant nog te kennen dat de datum van de poststempel niet duidelijk leesbaar is.



De Raad stelt vast dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Bij de vaststelling van de dag waarop een brief ter post is bezorgd, wordt uitgegaan van het op de enveloppe geplaatste poststempel. Een poststuk met een ontbrekend of onleesbaar poststempel wordt geacht tijdig ter post te zijn bezorgd als het de eerste of tweede werkdag na de laatste dag van de beroepstermijn is ontvangen, tenzij op grond van de vaststaande feiten aannemelijk is dat het later ter post is bezorgd (uitspraak van 4 april 2019, ECLI:NL:CRvB:2019:1213). Aangezien het hogerberoepschrift drie maanden na afloop van de termijn bij de Raad is ontvangen en de verzending niet met bewijsstukken is onderbouwd komt de Raad tot de conclusie dat het hogerberoepschrift te laat is ingediend.



Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.



Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.






BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van L.R. Daman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 september 2019.





(getekend) C.H. Bangma





(getekend) L.R. Daman





VC