Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2019:2354

2019-07-10 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 18/2871 WMO15-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2019-07-10
Publicatiedatum
2019-07-18
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
18/2871 WMO15-PV
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Zoals eerder overwogen in de uitspraken van 3 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3022 en 12 december 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:4209, kan een vreemdeling zoals appellant geen aanspraak maken op een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wmo 2015. Hetgeen appellant in deze zaak naar voren heeft gebracht leidt de Raad niet tot een ander oordeel dan in die uitspraken.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.183 tekens)
182871 WMO15-PV

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer











Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 mei 2018, 18/2474 (aangevallen uitspraak)







Partijen:




[appellant] te [woonplaats] (appellant)



het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)




Datum uitspraak: 10 juli 2019



Zitting hebben: L.M. Tobé als voorzitter en D.S. de Vries en N.R. Docter als leden
Griffier: G.D. Alting Siberg



Ter zitting is verschenen: mr. W.G. Fischer, namens appellant



Het onderzoek ter zitting heeft, gezamenlijk met de zaken 18/2997 WMO15,
18/3765 WMO15, 18/3051 WMO15 en 18/3686 WMO15 plaatsgevonden.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:



Bij het bestreden besluit heeft het college de afwijzing van het verzoek van appellant om hem op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een maatwerkvoorziening beschermd wonen te verstrekken gehandhaafd. Hieraan heeft het college ten grondslag gelegd dat appellant geen rechtmatig verblijf heeft.



Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard, onder verwijzing naar artikel 1.2.2 van de Wmo 2015.



In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij beschermd wonen nodig heeft. Dit is medisch noodzakelijke zorg waarop ook vreemdelingen als appellant aanspraak hebben. Nu de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beschermd wonen niet wil bieden en het college de rechtstreekse toegang tot de zorgaanbieder blokkeert, zal het college de benodigde zorg op grond van de Wmo 2015 moeten bieden.



Appellant is geen vreemdeling als bedoeld in artikel 1.2.2, eerste lid, van de Wmo 2015 en is ook niet op grond van artikel 2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 met een Nederlander gelijkgesteld.



Zoals eerder overwogen in de uitspraken van 3 oktober 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3022 en 12 december 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:4209, kan een vreemdeling zoals appellant geen aanspraak maken op een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wmo 2015. Hetgeen appellant in deze zaak naar voren heeft gebracht leidt de Raad niet tot een ander oordeel dan in die uitspraken.



Wat appellant verder nog naar voren heeft gebracht hoeft gezien het voorgaande geen bespreking meer.



Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.




Waarvan proces-verbaal.



De griffier De voorzitter




(getekend) G.D. Alting Siberg (getekend) L.M. Tobé






md