Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2018:823

2018-03-21 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 14/1758 WIA
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2018-03-21
Publicatiedatum
2018-03-21
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
14/1758 WIA
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Intrekking hoger beroep omdat het Uwv geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen. Proceskostenvergoeding. Vergoeding van de gemaakte kosten voor medische rapporten. Vordering tot schadevergoeding afgewezen.

Citeert (1)

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (5.168 tekens)
Datum uitspraak: 21 maart 2018
14/1758 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:73a, 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 26 februari 2014, 13/9117 (aangevallen uitspraak) en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade








Partijen:




[appellante] te [woonplaats] (appellante)



de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)




PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. A. van der Plas hoger beroep ingesteld.



Het Uwv heeft op 9 november 2017 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.



Bij brief van 14 december 2017 heeft mr. F.S.P. Wagemaker, opvolgend gemachtigde, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot vergoeding van schade.



Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.



Onder toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.





OVERWEGINGEN


Op 1 juli 2013 is de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige besluiten (Stb.2013, 50) in werking getreden. Op grond van het overgangsrecht blijft op deze zaak het recht van toepassing zoals dat gold vóór 1 juli 2013. Ingevolge artikel 8:73a (oud) van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van de Awb worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die verzoeker lijdt.



Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.



Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 9 november 2017 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.



De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 1.002,- in beroep en € 1.252,50 in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.



Voor een vergoeding van de gemaakte kosten in bezwaar bestaat geen grond, omdat appellante destijds zelf bezwaar heeft gemaakt.



Het verzoek om vergoeding van de gemaakte kosten van in totaal € 3.617,91 in verband met de door de gemachtigde van appellante overgelegde rapporten van H.M.Th. Offermans, verzekeringsarts, en dr. D. Cohen, psychiater, komt voor toewijzing in aanmerking.



Volgens vaste rechtspraak moet voor de beantwoording van de vraag of er voldoende aanleiding bestaat om schadevergoeding toe te kennen, zoveel mogelijk aansluiting te worden gezocht bij het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht. Voor vergoeding van schade is vereist dat de gestelde schade verband houdt met een onrechtmatig besluit en komen voorts alleen die schadeposten voor vergoeding in aanmerking, die in een zodanig verband staan met dat besluit dat zij het bestuursorgaan, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en de schade, als een gevolg van dat besluit kunnen worden toegerekend (zie onder meer ECLI:NL:CRVB:2011:BR0611).



De gemachtigde van appellante heeft de vordering tot vergoeding van schade niet nader onderbouwd, zodat dit verzoek wordt afgewezen.



Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep


- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 5.872,41;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.



Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2018.




(getekend) J.P.M. Zeijen





(getekend) N.L. Kuipers






TM