Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2018:2485

2018-08-09 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 17/3842 WMO-V
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2018-08-09
Publicatiedatum
2018-08-09
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
17/3842 WMO-V
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Niet verschoonbare termijnoverschrijding.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.978 tekens)
Datum uitspraak: 9 augustus 2018
17/3842 WMO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 1 november 2016, 15/5517 (aangevallen uitspraak)








Partijen:




[appellante] te [woonplaats] (appellante)



het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht (college)




PROCESVERLOOP


Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 11 oktober 2017 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.



Appellante heeft verzet gedaan.



Het verzet is behandeld ter zitting van 7 juni 2018, waar appellante is verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.





OVERWEGINGEN


De uitspraak van de Raad van 11 oktober 2017 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.



De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 13 december 2016. Het hogerberoepschrift is op 19 mei 2017 ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.



In verzet heeft appellante te kennen gegeven dat de aangevallen uitspraak door de rechtbank is toegezonden aan haar gemachtigde, mr. J.A.H. van Marwijk. Appellante heeft de uitspraak pas op 11 mei 2017 van haar gemachtigde ontvangen.



Appellante heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Volgens vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 17 september 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1800) komt het handelen of nalaten van een persoon aan wie een betrokkene zijn belangen heeft toevertrouwd voor risico van die betrokkene.



Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.



Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.






BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 augustus 2018.





(getekend) H.C.P. Venema





De griffier is verhinderd te ondertekenen.







RH