Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2017:1771
2017-05-09
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
15/5321 PW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Appellant overleden. Niemand verschenen op de oproep in Staatscourant over een geplande zitting. Geen procesbelang aan beoordeling hoger beroep. Niet-ontvankelijk.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (11)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:1567 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15-03-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:1566 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15-03-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:1910 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 14-03-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:455 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 30-01-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2023:6795 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 02-10-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:5051 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 05-07-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:5050 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 05-07-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:5054 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 05-07-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:5053 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 05-07-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2023:5052 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 05-07-2023
- ECLI:NL:RBZWB:2022:3144 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 09-06-2022
Volledige tekst
Volledige tekst (2.910 tekens)
15/5321 PW
Datum uitspraak: 9 mei 2017
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 juni 2015, 15/176 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
wijlen [appellant] , in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.A.C. Klein Hesselink, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 1 november 2016 heeft mr. Klein Hesselink meegedeeld dat appellant reeds enige maanden geleden was overleden. Ter aanvulling hierop heeft mr. Klein Hesselink bij brief van 28 november 2016 het volgende meegedeeld. Appellant is in juli 2016 overleden. Volgens een medewerker van het opvangtehuis waar appellant laatstelijk verbleef, hebben de nabestaanden van appellant, te weten de dochter en de ex-echtgenote, de nalatenschap verworpen. Dit opvangtehuis heeft geen verdere informatie kunnen, mogen of willen verstrekken met betrekking tot naam- en adresgegegevens van de dochter en de ex-echtgenote van appellant. Mr. Klein Hesselink heeft als gevolg daarvan geen contact kunnen krijgen met de dochter om de verwerping van de nalatenschap formeel bevestigd te krijgen. Gelet hierop verklaart mr. Klein Hesselink zich zonder instructies.
Vervolgens is, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant mededeling gedaan van de geplande behandeling van de zaak op de zitting van 28 maart 2017.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 maart 2017. Van de zijde van appellant is niemand verschenen. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.
OVERWEGINGEN
De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Dit brengt mee dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van M.S. Spek als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2017.
(getekend) W.F. Claessens
De griffier is verhinderd te ondertekenen.
HD
Datum uitspraak: 9 mei 2017
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 12 juni 2015, 15/176 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
wijlen [appellant] , in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H.A.C. Klein Hesselink, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 1 november 2016 heeft mr. Klein Hesselink meegedeeld dat appellant reeds enige maanden geleden was overleden. Ter aanvulling hierop heeft mr. Klein Hesselink bij brief van 28 november 2016 het volgende meegedeeld. Appellant is in juli 2016 overleden. Volgens een medewerker van het opvangtehuis waar appellant laatstelijk verbleef, hebben de nabestaanden van appellant, te weten de dochter en de ex-echtgenote, de nalatenschap verworpen. Dit opvangtehuis heeft geen verdere informatie kunnen, mogen of willen verstrekken met betrekking tot naam- en adresgegegevens van de dochter en de ex-echtgenote van appellant. Mr. Klein Hesselink heeft als gevolg daarvan geen contact kunnen krijgen met de dochter om de verwerping van de nalatenschap formeel bevestigd te krijgen. Gelet hierop verklaart mr. Klein Hesselink zich zonder instructies.
Vervolgens is, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant mededeling gedaan van de geplande behandeling van de zaak op de zitting van 28 maart 2017.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 maart 2017. Van de zijde van appellant is niemand verschenen. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.
OVERWEGINGEN
De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Dit brengt mee dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van M.S. Spek als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2017.
(getekend) W.F. Claessens
De griffier is verhinderd te ondertekenen.
HD