Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2016:1751

2016-05-11 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 15/6530 WAO
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2016-05-11
Publicatiedatum
2016-05-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
15/6530 WAO
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SZR-Updates.nl 2016-0534

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.082 tekens)
15/6530 WAO

Datum uitspraak: 11 mei 2016


Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer


Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 maart 2015, 14/2638 WAO-V


Partijen:



[Verzoeker] te [woonplaats] Marokko (verzoeker)


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)


PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft gevraagd om herziening van de door de Raad op 24 maart 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1233) gegeven uitspraak.


Het Uwv heeft op dit verzoek geen reactie gegeven.


De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 30 maart 2016.
Partijen zijn niet verschenen.



OVERWEGINGEN

1. Op grond van artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de bestuursrechter op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,b. bij de indiener van het verzoekschrift van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben geleid.

2. Bij de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht heeft de Raad geoordeeld dat appellant in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan de uitspraak van de Raad van 15 augustus 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:2756) niet in stand kan blijven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding voor het indienen van het hogerberoepschrift verschoonbaar is.

3. Wat verzoeker tegen de uitspraak van 24 maart 2015 heeft aangevoerd behelst geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, maar veeleer een herhaling van het standpunt dat verzoeker om medische redenen arbeidsongeschikt is in de zin van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Naar vaste rechtspraak van de Raad (zie onder meer de uitspraken van 3 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1945 en 5 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:319) is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie te voeren over de betrokken zaak en evenmin om een discussie over de betrokken zaak te openen.

4. Uit wat onder 3 is overwogen vloeit voort dat het verzoek om herziening moet worden afgewezen.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.




Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk, in tegenwoordigheid van M.S.E.S. Umans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2016.





(getekend) J.S. van der Kolk





(getekend) M.S.E.S. Umans





AP