Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2015:4739
2015-12-22
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
14/5278 WWB
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor kosten woninginrichting. Geen bijzondere omstandigheden.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CRVB:2012:BV2318 Centrale Raad van Beroep 24-01-2012
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.564 tekens)
14/5278 WWB
Datum uitspraak: 22 december 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van
20 augustus 2014, 13/2119 WWB (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R. Polderman, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2015. Voor appellant is, daartoe opgeroepen, mr. Polderman verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B. Hopman.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellant heeft op 6 maart 2013 bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van stoffering en inrichting van zijn nieuwe woning. Bij besluit van 4 april 2013 heeft het college de aanvraag afgewezen.
1.2.
Bij besluit van 5 november 2013 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 4 april 2013 ongegrond verklaard. Aan de besluitvorming heeft het college ten grondslag gelegd dat de kosten van woninginrichting behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en dat deze dienen te worden bestreden uit het inkomen door reservering vooraf dan wel door gespreide betaling achteraf. Verder heeft het college zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden om van deze regel af te wijken.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
In artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.
4.2.
Tussen partijen is in geschil of de kosten van woninginrichting en stoffering voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
4.3.
De gemachtigde van appellant heeft ter zitting toegelicht dat appellant als gevolg van schulden niet beschikt over voldoende reserveringsruimte. Ook het afsluiten van een lening behoort daarom niet tot de mogelijkheden. Zijn financiële situatie moet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 35, eerste lid, van de WWB. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 24 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV2318) is het ontbreken van voldoende reserveringsruimte in verband met schulden en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen geen bijzondere omstandigheid in de zin van
artikel 35, eerste lid, van de WWB. De kosten die daarmee verband houden, kunnen niet worden afgewenteld op de WWB. Om die reden kan het ontbreken van de mogelijkheid tot het afsluiten van een lening in verband met schulden evenmin worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid in vorenbedoelde zin.
4.4.
Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Y.J. Klik, in tegenwoordigheid van P.C. de Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 december 2015.
(getekend) Y.J. Klik
(getekend) P.C. de Wit
HD
Datum uitspraak: 22 december 2015
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van
20 augustus 2014, 13/2119 WWB (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R. Polderman, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2015. Voor appellant is, daartoe opgeroepen, mr. Polderman verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B. Hopman.
OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellant heeft op 6 maart 2013 bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van stoffering en inrichting van zijn nieuwe woning. Bij besluit van 4 april 2013 heeft het college de aanvraag afgewezen.
1.2.
Bij besluit van 5 november 2013 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 4 april 2013 ongegrond verklaard. Aan de besluitvorming heeft het college ten grondslag gelegd dat de kosten van woninginrichting behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en dat deze dienen te worden bestreden uit het inkomen door reservering vooraf dan wel door gespreide betaling achteraf. Verder heeft het college zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden om van deze regel af te wijken.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
In artikel 35, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn.
4.2.
Tussen partijen is in geschil of de kosten van woninginrichting en stoffering voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
4.3.
De gemachtigde van appellant heeft ter zitting toegelicht dat appellant als gevolg van schulden niet beschikt over voldoende reserveringsruimte. Ook het afsluiten van een lening behoort daarom niet tot de mogelijkheden. Zijn financiële situatie moet worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 35, eerste lid, van de WWB. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 24 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV2318) is het ontbreken van voldoende reserveringsruimte in verband met schulden en de daaruit voortvloeiende betalingsverplichtingen geen bijzondere omstandigheid in de zin van
artikel 35, eerste lid, van de WWB. De kosten die daarmee verband houden, kunnen niet worden afgewenteld op de WWB. Om die reden kan het ontbreken van de mogelijkheid tot het afsluiten van een lening in verband met schulden evenmin worden aangemerkt als een bijzondere omstandigheid in vorenbedoelde zin.
4.4.
Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Y.J. Klik, in tegenwoordigheid van P.C. de Wit als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 december 2015.
(getekend) Y.J. Klik
(getekend) P.C. de Wit
HD