Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2014:2239

2014-06-27 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 12-465 WIA
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2014-06-27
Publicatiedatum
2014-07-02
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Herziening
Zaaknummer
12-465 WIA
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of nieuwe omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 Awb in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.076 tekens)
12/465 WIA

Datum uitspraak: 27 juni 2014


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 9 december 2011, 10/4626 WIA


Partijen:



[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)


PROCESVERLOOP


Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 9 december 2011, 10/4626 WIA.


Het Uwv heeft een reactie op het herzieningsverzoek ingediend.


Het verzoek is aan de orde gesteld op de zitting van 4 april 2014. Partijen zijn, met bericht, niet verschenen.


OVERWEGINGEN


1.1. Gelet op het aanvullend verzoekschrift van 20 maart 2012 en het daarbij gevoegde rapport van Instituut Psychosofia van 9 februari 2012, komt het standpunt van verzoekster
- samengevat weergegeven - erop neer dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek van het Uwv niet berust op een correcte medische grondslag en dat dit pas duidelijk is geworden nadat de Raad in hoger beroep de bestreden uitspraak heeft gedaan waarbij de medische grondslag is onderschreven.



1.2. Verzoekster heeft er op gewezen dat uit de rapporten van de verzekeringsartsen niet blijkt dat het medicijngebruik en de bijwerkingen daarvan bij de beoordeling van de belastbaarheid van verzoekster zijn betrokken en meegewogen.



2.1. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen, onder meer in zijn uitspraak van
3 oktober 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AN7982, is het (bijzonder) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.



2.2. In hetgeen verzoekster in haar verzoek heeft aangevoerd noch in het rapport van Instituut Psychosofia van 9 februari 2012 zijn feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb te onderkennen. Het standpunt van verzoekster komt er in feite op neer dat zij in het kader van de herzieningsprocedure opnieuw de verzekeringsgeneeskundige beoordeling aan de orde wil stellen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.



3.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.






BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.




Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2014.





(getekend) M.C. Bruning





(getekend) I.J. Penning






HD