Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2013:791
2013-07-02
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
12-5388 AW-V
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzet gegrond. Appellant heeft, met het bij het verzetschrift gevoegde verzendrapport, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de beroepsgronden op 5 december 2012 naar de Raad zijn gefaxt.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.336 tekens)
12/5388 AW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 23 augustus 2012, 12/483 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 14 maart 2013 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 14 maart 2013 heeft appellant verzet gedaan.
Met toepassing van artikel 8:55, derde lid, Awb, is het verzet niet ter behandeling ter zitting aan de orde gesteld.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 14 maart 2013 berust hierop, dat appellant de beroepsgronden niet heeft ingediend en dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk was.
De Raad is van oordeel dat appellant, met het bij het verzetschrift gevoegde verzendrapport, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de beroepsgronden op 5 december 2012 naar de Raad zijn gefaxt.
Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 14 maart 2013 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.Th. Wolleswinkel, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2013.
(getekend) J.Th. Wolleswinkel
(getekend) R. Groothuis
RH
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 23 augustus 2012, 12/483 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[A. te B.] (appellant)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van de Beroepswet van 14 maart 2013 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 14 maart 2013 heeft appellant verzet gedaan.
Met toepassing van artikel 8:55, derde lid, Awb, is het verzet niet ter behandeling ter zitting aan de orde gesteld.
OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 14 maart 2013 berust hierop, dat appellant de beroepsgronden niet heeft ingediend en dat het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk was.
De Raad is van oordeel dat appellant, met het bij het verzetschrift gevoegde verzendrapport, voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de beroepsgronden op 5 december 2012 naar de Raad zijn gefaxt.
Gelet op het voorgaande dient het verzet gegrond te worden verklaard.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 14 maart 2013 vervalt en dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.Th. Wolleswinkel, in tegenwoordigheid van R. Groothuis als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2013.
(getekend) J.Th. Wolleswinkel
(getekend) R. Groothuis
RH