Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2013:2950

2013-12-19 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 11-6943 WUV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2013-12-19
Publicatiedatum
2013-12-19
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
11-6943 WUV
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | ABkort 2014/24

Inhoudsindicatie

Schending fundamenteel procedurevoorschrift. Na de gedeeltelijke vervallenverklaring van de uitspraak van 4 juli 2013 zal het beroep tegen het besluit van 2 september 2011 inzake de Wuv, 11/6943 WUV, door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld.

Citeert (2)

Geciteerd door (2)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.647 tekens)
11/6943 WUV, 11/6944 WUBO

Datum uitspraak: 19 december 2013
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer


Uitspraak tot (gedeeltelijke) vervallenverklaring van de uitspraak van de Raad van 4 juli 2013, 11/6943 WUV e.v.


Partijen:



[Appellant] te [woonplaats], België (appellant)


de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)


PROCESVERLOOP
De Raad heeft vastgesteld dat bij de totstandkoming van de uitspraak van 4 juli 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:862) een of meer fundamentele beginselen van procesrecht zijn geschonden.


De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een gedeeltelijke vervallenverklaring van de uitspraak.


Beide partijen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt.



OVERWEGINGEN
1.1. De Raad heeft bij de uitspraak van 4 juli 2013:
- het beroep tegen het besluit van 2 september 2011 inzake de Wubo ongegrond verklaard;
- het beroep tegen het besluit van 2 september 2011 inzake de Wuv gegrond verklaard en dat
besluit vernietigd;
- het bezwaar tegen het besluit van 3 maart 2010 inzake de Wuv niet-ontvankelijk verklaard

en bepaald dat de uitspraak van 4 juli 2013 in de plaats treedt van het vernietigde besluit van
2 september 2011 inzake de Wuv;

- bepaald dat verweerder aan appellant het door hem betaalde griffierecht vergoedt; en
- verweerder veroordeeld in de (proces)kosten van appellant.


1.2. Aan de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het besluit van 3 maart 2010 inzake de Wuv heeft de Raad ten grondslag gelegd dat appellant niet binnen de bezwaartermijn (afzonderlijk) bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit van 3 maart 2010 inzake de Wuv. In de namens appellant aangevoerde omstandigheden heeft de Raad geen aanleiding gezien de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.



2.
Na het doen van de uitspraak van 4 juli 2013 is de Raad gebleken dat appellant wel degelijk binnen de bezwaartermijn bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit van 3 maart 2010 inzake de Wuv. Verweerder heeft het (inleidende) bezwaarschrift waaruit zulks blijkt alsnog ter kennis van de Raad gebracht. Hieruit volgt dat verweerder in strijd met artikel 8:42, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht eerder niet alle op deze zaak - het beroep tegen het besluit van 2 september 2011 inzake de Wuv - betrekking hebbende stukken aan de Raad heeft toegezonden. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (CRvB 19 september 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AD4639) is het een fundamenteel beginsel van het bestuursprocesrecht dat de justitiabele in beginsel over alle stukken kan beschikken welke met betrekking tot zijn zaak onder het bestuursorgaan berusten. Dit beginsel is hier geschonden.



3.
Nu bij de totstandkoming van de uitspraak van 4 juli 2013 een fundamenteel procedurevoorschrift is geschonden bestaat er aanleiding die uitspraak, voor zover daarbij is beslist op het beroep tegen het besluit van 2 september 2011 inzake de Wuv, op de na te melden wijze vervallen te verklaren.



4.
Na de gedeeltelijke vervallenverklaring van de uitspraak van 4 juli 2013 zal het beroep tegen het besluit van 2 september 2011 inzake de Wuv, 11/6943 WUV, door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld.


5.
Gelet op hetgeen onder 2 is overwogen, bestaat er aanleiding de bij de uitspraak van 4 juli 2013 uitgesproken veroordeling in de (proces)kosten in stand te laten.



BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zijn uitspraak van 4 juli 2013, 11/6943 WUV e.v., vervallen, voor zover daarbij het beroep tegen het besluit van 2 september 2011 inzake de Wuv gegrond is verklaard en dat besluit is vernietigd, het bezwaar tegen het besluit van
3 maart 2010 inzake de Wuv niet-ontvankelijk is verklaard en is bepaald dat de uitspraak van 4 juli 2013 in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 2 september 2011 inzake de Wuv, en is bepaald dat verweerder aan appellant het door hem betaalde griffierecht vergoedt.




Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en R. Kooper en
G.F. Walgemoed als leden, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 december 2013.





(getekend) A. Beuker-Tilstra





(getekend) J.T.P. Pot




HD