Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2013:2675

2013-11-20 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 13-1107 WMO-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2013-11-20
Publicatiedatum
2013-12-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
13-1107 WMO-PV
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JERF Actueel 2016/69

Inhoudsindicatie

Geen erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten. Geen processueel belang hoger beroep.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.203 tekens)
13/1107 WMO-PV


Datum uitspraak: 20 november 2013



Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van 22 januari 2013, 12/4569 (aangevallen uitspraak)







Partijen:



wijlen [Appellant], in leven laatstelijk gewoond hebbende te[woonplaats] (appellant)



het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lingewaard (college)




Zitting heeft: mr. drs. W.H. Bel
Griffier: H.J. Dekker
Ter zitting zijn verschenen:




[Naam erfgename] als gestelde erfgename van appellant.



Namens het college is verschenen de heer E.F. Manse.




BESLISSING



De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.



Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:


1. Appellant is op 8 mei 2013 overleden. Daarmee is diens belang bij voortzetting van het geding komen te vervallen.

2. Bij brief van 16 juni 2013 heeft [Naam erfgename] zich gesteld als erfgename en heeft zij te kennen gegeven dat zij het hoger beroep niet meer wenst voort te zetten.[Naam erfgename] heeft echter noch per brief, noch ter zitting een verklaring van erfrecht overgelegd, waardoor zij niet als erfgename kan worden aangemerkt.

3. Na de oproep van de Raad in de Staatscourant hebben geen andere belanghebbenden verzocht als partij deel te mogen nemen. De Raad is dan ook niet gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en die het geding zouden willen voortzetten.

4. De Raad komt daarom tot het oordeel dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen, zodat het ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.


Waarvan proces-verbaal.



De griffier De voorzitter




(getekend) H.J. Dekker (getekend) W.H. Bel




IvR