Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2012:BW9937

2012-06-27 Bestuursrecht 11-865 WAJONG
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2012-06-27
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
11-865 WAJONG
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Weigering terug te komen van een eerder besluit. Er is geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 Awb. Het standpunt van appellante gebaseerd op eerst in hoger beroep overgelegde medische stukken kan geen doel treffen, reeds omdat nieuwe feiten bij de aanvraag of in bezwaar moeten worden vermeld.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.856 tekens)
11/865 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer


Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 december 2010, 10/2075 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 27 juni 2012.


PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. T.E. van der Bent, advocaat, hoger beroep ingesteld en medische stukken overgelegd.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 mei 2012.
Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Bent. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers.



OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 23 januari 2007 heeft het Uwv appellante een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) geweigerd. Het Uwv heeft het tegen dit besluit gemaakte bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Het door appellante ingestelde beroep is ingetrokken. Hiermee is het besluit van 23 januari 2007 in rechte onaantastbaar geworden.


1.2. Op 8 oktober 2008 heeft appellante opnieuw een Wajong-uitkering aangevraagd. Het Uwv heeft deze aanvraag aangemerkt als een verzoek om terug te komen van zijn besluit van 23 januari 2007.

1.3. Bij besluit van 26 april 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit om niet terug te komen van zijn beslissing van 23 januari 2007, aangezien er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat hetgeen appellante bij de aanvraag en in bezwaar naar voren heeft gebracht geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid is. Het betreffen geen (medische) gegevens die appellante niet bij haar eerste aanvraag, of in bezwaar na de afwijzing van die aanvraag, naar voren had kunnen brengen.

3. In hoger beroep heeft appellante de aangevallen uitspraak bestreden. Appellante heeft dezelfde gronden aangevoerd welke zij reeds in beroep naar voren heeft gebracht.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. De rechtbank heeft de gronden die in beroep zijn aangevoerd en in hoger beroep zijn herhaald afdoende besproken. Zij heeft genoegzaam gemotiveerd waarom die gronden niet slagen.

4.2. Het standpunt van appellante gebaseerd op eerst in hoger beroep overgelegde medische stukken kan geen doel treffen, reeds omdat nieuwe feiten ingevolge artikel 4:6 van de Awb bij de aanvraag of in bezwaar moeten worden vermeld. Naar vaste rechtspraak van de Raad, zoals deze onder meer volgt uit de uitspraak LJN BB3594, kan met nieuwe feiten die pas in de fase van beroep of hoger beroep naar voren worden gebracht bij de rechterlijke toetsing van met toepassing van artikel 4:6 van de Awb genomen besluiten geen rekening worden gehouden.

4.3. Gelet op de overwegingen 4.1 en 4.2 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.


BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en J. Brand en C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2012.

(getekend) T. Hoogenboom.

(getekend) Z. Karekezi.

KR