College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2024:737
2024-10-22
Bestuursrecht
22/1165 H
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Rectificatie van de uitspraak van 24 september 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:663) in verband met het niet vermelden van de vergoeding van het griffierecht.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CBB:2024:663 College van Beroep voor het bedrijfsleven 24-09-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.910 tekens)
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1165 H
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 oktober 2024 tot herstel van de uitspraak in de zaak tussen
mr. [naam 1] in de hoedanigheid van curator van [naam 2] B.V., te [plaats] (curator)
(gemachtigde: [naam 3] )
en
de minister van Economische Zaken
(gemachtigde: mr. J. van Essen)
Procesverloop
De curator heeft gemeld dat de uitspraak van 24 september 2024 (uitspraak, ECLI:NL:CBB:2024:663) een omissie bevat.
Met de brief van 3 oktober 2024 heeft het College de minister bericht voornemens te zijn de uitspraak te zullen rectificeren.
De minister heeft op 9 oktober 2024 op dit voornemen gereageerd.
Overwegingen
1. Het College stelt vast dat de uitspraak een omissie bevat. Het College heeft nagelaten te bepalen dat de minister het door de curator betaalde griffierecht dient te vergoeden. Omdat de uitspraak op dit punt een omissie bevat, zal het College de uitspraak op dit punt herstellen.
2 Het College wijzigt de uitspraak van 24 september 2024 als volgt:
9.2
Vanwege de toepassing van artikel 6:22 van de Awb ziet het College aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van de curator in beroep. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per 1 punt van € 875,-). Het College bepaalt ook dat de minister het door de curator betaalde griffierecht moet vergoeden.
Beslissing
Het College:
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de curator te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 1.750,-.
3 Aan deze hersteluitspraak is een hersteld exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. Deze hersteluitspraak en de herstelde uitspraak zullen worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Beslissing
Het College rectificeert zijn uitspraak van 24 september 2024 overeenkomstig de overwegingen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Duuren, mr. D. Brugman en mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2024.
w.g. M. van Duuren w.g. M. Ettema
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1165 H
uitspraak van de meervoudige kamer van 22 oktober 2024 tot herstel van de uitspraak in de zaak tussen
mr. [naam 1] in de hoedanigheid van curator van [naam 2] B.V., te [plaats] (curator)
(gemachtigde: [naam 3] )
en
de minister van Economische Zaken
(gemachtigde: mr. J. van Essen)
Procesverloop
De curator heeft gemeld dat de uitspraak van 24 september 2024 (uitspraak, ECLI:NL:CBB:2024:663) een omissie bevat.
Met de brief van 3 oktober 2024 heeft het College de minister bericht voornemens te zijn de uitspraak te zullen rectificeren.
De minister heeft op 9 oktober 2024 op dit voornemen gereageerd.
Overwegingen
1. Het College stelt vast dat de uitspraak een omissie bevat. Het College heeft nagelaten te bepalen dat de minister het door de curator betaalde griffierecht dient te vergoeden. Omdat de uitspraak op dit punt een omissie bevat, zal het College de uitspraak op dit punt herstellen.
2 Het College wijzigt de uitspraak van 24 september 2024 als volgt:
9.2
Vanwege de toepassing van artikel 6:22 van de Awb ziet het College aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van de curator in beroep. Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.750,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per 1 punt van € 875,-). Het College bepaalt ook dat de minister het door de curator betaalde griffierecht moet vergoeden.
Beslissing
Het College:
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de curator te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van de onderneming tot een bedrag van € 1.750,-.
3 Aan deze hersteluitspraak is een hersteld exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. Deze hersteluitspraak en de herstelde uitspraak zullen worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Beslissing
Het College rectificeert zijn uitspraak van 24 september 2024 overeenkomstig de overwegingen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Duuren, mr. D. Brugman en mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van mr. M. Ettema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2024.
w.g. M. van Duuren w.g. M. Ettema