College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2024:240
2024-03-21
Bestuursrecht
22/2493
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
TVL. Aanvraag te laat. Geen omstandigheid om af te wijken.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CBB:2023:692 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12-12-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.177 tekens)
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2493
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 maart 2024
Rechter: mr. J.H. de Wildt
Griffier: J.R. van de Coterlet
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en mr. M. Achalhi
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Het staat vast dat de onderneming de aanvraag TVL voor het eerste kwartaal 2022 op 7 april 2022, en daarmee te laat, heeft ingediend.
2. Uit artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.6.7 van de TVL volgt dat de minister afwijzend op de aanvraag beslist als de aanvraag niet tijdig is ingediend. Er is in de wettelijke regelingen geen mogelijkheid opgenomen om daarvan af te wijken
3. De vraag is dan of zich hier een omstandigheid voordoet die ertoe zou moeten leiden dat, in afwijking van de wet, toch subsidie moet worden toegekend.
4. Dat is niet het geval. De omstandigheid dat er voor dit kwartaal een kortere aanvraagtermijn geldt, is niet een reden om van de TVL af te wijken. De onderneming had zich op de hoogte kunnen stellen van de geldende aanvraagtermijn. Dit staat ook in een eerdere uitspraak van het College van 12 december 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:692).
5. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de onderneming “aan het overleven was”. Dat gold voor heel veel ondernemingen en ook dat is op zichzelf ook geen omstandigheid op grond waarvan afgeweken moet worden van de TVL.
6. Dit betekent dat de onderneming geen gelijk krijgt. De minister hoeft ook geen proceskosten te vergoeden.
w.g. J.H. de Wildt w.g. J.R. van de Coterlet
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/2493
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 maart 2024
Rechter: mr. J.H. de Wildt
Griffier: J.R. van de Coterlet
Partijen
[naam 1] B.V., te [plaats] , (de onderneming), waarvoor aanwezig is [naam 2]
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. T. Khidous en mr. M. Achalhi
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Het staat vast dat de onderneming de aanvraag TVL voor het eerste kwartaal 2022 op 7 april 2022, en daarmee te laat, heeft ingediend.
2. Uit artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.6.7 van de TVL volgt dat de minister afwijzend op de aanvraag beslist als de aanvraag niet tijdig is ingediend. Er is in de wettelijke regelingen geen mogelijkheid opgenomen om daarvan af te wijken
3. De vraag is dan of zich hier een omstandigheid voordoet die ertoe zou moeten leiden dat, in afwijking van de wet, toch subsidie moet worden toegekend.
4. Dat is niet het geval. De omstandigheid dat er voor dit kwartaal een kortere aanvraagtermijn geldt, is niet een reden om van de TVL af te wijken. De onderneming had zich op de hoogte kunnen stellen van de geldende aanvraagtermijn. Dit staat ook in een eerdere uitspraak van het College van 12 december 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:692).
5. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat de onderneming “aan het overleven was”. Dat gold voor heel veel ondernemingen en ook dat is op zichzelf ook geen omstandigheid op grond waarvan afgeweken moet worden van de TVL.
6. Dit betekent dat de onderneming geen gelijk krijgt. De minister hoeft ook geen proceskosten te vergoeden.
w.g. J.H. de Wildt w.g. J.R. van de Coterlet