Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

College van Beroep voor het bedrijfsleven

ECLI:NL:CBB:2023:753

2023-12-21 Bestuursrecht 22/2280
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Uitspraakdatum
2023-12-21
Publicatiedatum
2024-02-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zaaknummer
22/2280
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

TVL. Drempel vaste lasten € 1.500,- is niet op voorhand onredelijk, oneerlijk of discriminerend. De onderneming heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze drempel voor kleine ondernemingen in het algemeen onevenredig uitvalt. Vaste lasten forfaitair.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.611 tekens)
proces-verbaal uitspraak













COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN


zaaknummer: 22/2280




proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2023





Rechter: mr. M. van der Knijff
Griffier: L.G. Mulderij



Partijen




[naam] B.V., te [plaats] (de onderneming)


en




de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door mr. M.P. Beudeker en C. Zieleman





Beslissing


Het College verklaart het beroep ongegrond.




Overwegingen

1. De minister heeft de aanvraag voor TVL-subsidie van de onderneming voor het vierde kwartaal van 2021 afgewezen. In de oorspronkelijke afwijzing was dat vanwege de SBI-code. In de beslissing op bezwaar is het bezwaar over de SBI-code gegrond verklaard, maar is de aanvraag alsnog afgewezen omdat de vaste lasten van de onderneming niet boven de drempel van € 1.500,- uitkomen.

2. De onderneming vindt de drempel van € 1.500,- onredelijk, oneerlijk en discriminerend voor kleine ondernemingen. De minister heeft uitgelegd dat de drempel is opgenomen in de TVL, omdat bedrijven geacht worden vaste lasten van minder dan €1.500,- zonder steun te kunnen dragen. Dat is naar het oordeel van het College niet op voorhand onredelijk, oneerlijk of discriminerend. De onderneming heeft niet aannemelijk gemaakt dat deze drempel voor kleine ondernemingen in het algemeen onevenredig uitvalt.

3. Bij de berekening van de vaste lasten van de onderneming is een vast percentage van 7% van de omzet gehanteerd. De onderneming voert aan dat de werkelijke vaste lasten hoger zijn. Het College heeft over deze beroepsgrond al in meerdere zaken uitspraak gedaan. De vaste lijn hierin is: In een systeem waarin vaste percentages worden gebruikt, kan het nu eenmaal voorkomen dat de werkelijke vaste lasten lager of hoger zijn. Daar kan geen rekening mee gehouden worden en dat maakt het systeem op zich niet oneerlijk. Het College ziet geen reden om in deze zaak van die vaste lijn af te wijken. De onderneming heeft niets aangevoerd waaruit blijkt dat dit percentage in haar specifieke geval onevenredig is.

4. De minister mocht de TVL-aanvraag van de onderneming dus afwijzen, omdat de vaste lasten van de onderneming niet boven de drempel van € 1.500,- uitkomen.

5. De onderneming heeft er in het beroepschrift nog op gewezen dat zij eerder niet in aanmerking kwam voor TOGS vanwege haar SBI-code. Omdat het bezwaar over de SBIcode nu bij de TVL gegrond is verklaard, zou zij graag nog in aanmerking komen voor de TOGS. Dit valt buiten de grenzen van het TVL-besluit waar het College nu over oordeelt. Op de zitting heeft het College dit wel met de vertegenwoordigers van de minister besproken. Zij hebben gezegd dat de onderneming een melding kan doen bij de RVO, maar dat zij de kans van slagen op basis van het dossier wel klein achten. De onderneming kan zelf kiezen of zij dat wel of niet nog wil proberen.

6. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.







w.g. M. van der Knijff De griffier is verhinderd dit proces-verbaal mede te ondertekenen.







Artikel 2.5.2, tweede lid, aanhef en onder b, van de TVL.


Bijvoorbeeld de uitspraak van 3 augustus 2021, ECLI:NL:CBB:2021:809 (overweging 9).