College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2023:428
2023-08-10
Bestuursrecht
22/1853
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Aanvraag te laat. Wachten op werkelijke omzetcijfers geen reden om af te wijken van dwingendrechtelijke afwijzingsgrond. Geen toezegging van RVO dat aanvraag in behandeling zou worden genomen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:CBB:2024:521 College van Beroep voor het bedrijfsleven 23-07-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (1.697 tekens)
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1853
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2023
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. C.E.C.M. van Roosmalen
Partijen
[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de ondernemer)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door
drs. E.S.M. Slot en mr. O. Andich.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Niet in geschil is dat de aanvraag om een TVL-subsidie voor het eerste kwartaal (Q1)
van 2022 te laat is ingediend. De TVL bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen.
2. Dat de ondernemer heeft gewacht met het doen van de aanvraag totdat de omzetcijfers
van Q1 van 2022 vaststonden, maakt niet dat de minister moet afwijken van de
dwingendrechtelijke afwijzingsgrond.
3. De telefonische mededeling van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland dat een
procedure bestaat om een te late aanvraag te melden, is niet aan te merken als een toezegging
op grond waarvan de ondernemer ervan uit mocht gaan dat de aanvraag later kon
worden ingediend.
4. De minister heeft de TVL-subsidie dan ook terecht afgewezen.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. C.E.C.M. van Roosmalen
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 22/1853
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2023
Rechter: mr. R.W.L. Koopmans
Griffier: mr. C.E.C.M. van Roosmalen
Partijen
[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [plaats] (de ondernemer)
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, vertegenwoordigd door
drs. E.S.M. Slot en mr. O. Andich.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Niet in geschil is dat de aanvraag om een TVL-subsidie voor het eerste kwartaal (Q1)
van 2022 te laat is ingediend. De TVL bepaalt dat de aanvraag dan moet worden afgewezen.
2. Dat de ondernemer heeft gewacht met het doen van de aanvraag totdat de omzetcijfers
van Q1 van 2022 vaststonden, maakt niet dat de minister moet afwijken van de
dwingendrechtelijke afwijzingsgrond.
3. De telefonische mededeling van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland dat een
procedure bestaat om een te late aanvraag te melden, is niet aan te merken als een toezegging
op grond waarvan de ondernemer ervan uit mocht gaan dat de aanvraag later kon
worden ingediend.
4. De minister heeft de TVL-subsidie dan ook terecht afgewezen.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. C.E.C.M. van Roosmalen