College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2021:805
2021-07-09
Bestuursrecht
21/56
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak. TOGS. Beroep ongegrond. Verweerder heeft zijn beleid consistent toegepast.
Citeert (4)
- ECLI:NL:CBB:2020:992 College van Beroep voor het bedrijfsleven 22-12-2020
- ECLI:NL:CBB:2020:993 College van Beroep voor het bedrijfsleven 22-12-2020
- ECLI:NL:CBB:2020:994 College van Beroep voor het bedrijfsleven 22-12-2020
- ECLI:NL:CBB:2020:995 College van Beroep voor het bedrijfsleven 22-12-2020
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.658 tekens)
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/56
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2021 in de zaak tussen
[naam] B.V., te [plaats] , appellante
(gemachtigde: mr. S.M.M.C. Vinken),
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder
(gemachtigden: mr. M. Wullink en mr. G. Meijerink).
Beroep
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (de Beleidsregel).
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
Verweerder heeft appellante geen tegemoetkoming verstrekt omdat de SBI-code waarmee zij op de peildatum 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven, niet in Bijlage 1 van de Beleidsregel staat. Daarnaast komt de bedrijfsomschrijving in het handelsregister niet overeen met een andere SBI-code die wél in Bijlage 1 staat. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die ertoe dienen te leiden dat van de Beleidsregel dient te worden afgeweken.
Het College heeft in de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995) geoordeeld dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.
Net als in genoemde uitspraken heeft verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. Verweerder heeft de tegemoetkoming dan ook terecht geweigerd.
Dat appellante maandenlang haar deuren gesloten heeft moeten houden en dus zwaar is getroffen door de coronacrisis staat niet ter discussie, maar dat is onvoldoende voor het verkrijgen van de tegemoetkoming. Daarvoor is ook een inschrijving in het handelsregister nodig die past bij een van de SBI-codes in Bijlage 1.
Deze uitspraak is gedaan en in het openbaar uitgesproken door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier.
De voorzitter is niet in de gelegenheid De griffier is niet in de gelegenheiddit proces-verbaal te ondertekenen. dit proces-verbaal te ondertekenen.
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 21/56
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2021 in de zaak tussen
[naam] B.V., te [plaats] , appellante
(gemachtigde: mr. S.M.M.C. Vinken),
en
de minister van Economische Zaken en Klimaat, verweerder
(gemachtigden: mr. M. Wullink en mr. G. Meijerink).
Beroep
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van de aanvraag voor een tegemoetkoming van € 4.000,- op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming ondernemers getroffen sectoren COVID-19 (de Beleidsregel).
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
Verweerder heeft appellante geen tegemoetkoming verstrekt omdat de SBI-code waarmee zij op de peildatum 15 maart 2020 in het handelsregister stond ingeschreven, niet in Bijlage 1 van de Beleidsregel staat. Daarnaast komt de bedrijfsomschrijving in het handelsregister niet overeen met een andere SBI-code die wél in Bijlage 1 staat. Ook is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die ertoe dienen te leiden dat van de Beleidsregel dient te worden afgeweken.
Het College heeft in de uitspraken van 22 december 2020 (ECLI:NL:CBB:2020:992, ECLI:NL:CBB:2020:993, ECLI:NL:CBB:2020:994 en ECLI:NL:CBB:2020:995) geoordeeld dat de Beleidsregel moet worden aangemerkt als buitenwettelijk begunstigend beleid. Dit houdt in dat de rechter alleen kan toetsen of het beleid op consistente wijze is toegepast.
Net als in genoemde uitspraken heeft verweerder zijn beleid in dit geval op consistente wijze toegepast. Verweerder heeft de tegemoetkoming dan ook terecht geweigerd.
Dat appellante maandenlang haar deuren gesloten heeft moeten houden en dus zwaar is getroffen door de coronacrisis staat niet ter discussie, maar dat is onvoldoende voor het verkrijgen van de tegemoetkoming. Daarvoor is ook een inschrijving in het handelsregister nodig die past bij een van de SBI-codes in Bijlage 1.
Deze uitspraak is gedaan en in het openbaar uitgesproken door mr. B. Bastein, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier.
De voorzitter is niet in de gelegenheid De griffier is niet in de gelegenheiddit proces-verbaal te ondertekenen. dit proces-verbaal te ondertekenen.