College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2021:1066
2021-12-14
Bestuursrecht
20/996
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Artikelen 8:3, aanhef en onderdeel a, en 7:1, eerste lid, Awb. Regeling mondzorg is algemeen verbindend voorschrift. Geen beroep en daarom ook geen bezwaar mogelijk. Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CBB:2016:425 College van Beroep voor het bedrijfsleven 07-12-2016
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.953 tekens)
uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Zaaknummer: 20/996
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 december 2021 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , appellant,
en
de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster
(gemachtigde: mr. A. Zelle).
Procesverloop
Op 1 juli 2020 heeft verweerster de Regeling mondzorg (NR/REG-2108) gepubliceerd in de Staatscourant.
Bij besluit van 30 september 2020 (bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van appellant tegen (de artikelen 4 en 5 van) de Regeling mondzorg niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 november 2021. Appellant is zonder bericht niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] .
Overwegingen
1. Verweerster heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de Regeling mondzorg een algemeen verbindend voorschrift is, zodat daartegen geen bezwaar kan worden gemaakt.
2. Appellant heeft in beroep zijn inhoudelijke bezwaren tegen (de artikelen 4 en 5 van) de Regeling mondzorg herhaald.
3. Het College is het met verweerster eens en verwijst naar zijn uitspraak van 7 december 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:425), in het bijzonder naar wat het College heeft overwogen in 5.1. De Regeling mondzorg bevat algemene regels die zorgaanbieders die onder de reikwijdte van de regeling vallen, in acht moeten nemen bij onder meer het registreren en declareren van geleverde prestaties. De regeling moet daarom worden aangemerkt als een algemeen verbindend voorschrift. Op grond van artikel 8:3, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan daartegen geen beroep worden ingesteld en op grond van artikel 7:1, eerste lid, van de Awb kan daartegen dus ook geen bezwaar worden gemaakt.
4. Dit betekent dat het College het beroep ongegrond moet verklaren. De inhoudelijke bezwaren van appellant kunnen daarom in dit geding niet aan de orde komen.
5. Verweerster hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, mr. J.L. Verbeek en
mr. M.C. Stoové, in aanwezigheid van F.L. van Haeften, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 december 2021.
w.g. T.G.M. Simons w.g. F.L. van Haeften
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Zaaknummer: 20/996
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 december 2021 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , appellant,
en
de Nederlandse Zorgautoriteit, verweerster
(gemachtigde: mr. A. Zelle).
Procesverloop
Op 1 juli 2020 heeft verweerster de Regeling mondzorg (NR/REG-2108) gepubliceerd in de Staatscourant.
Bij besluit van 30 september 2020 (bestreden besluit) heeft verweerster het bezwaar van appellant tegen (de artikelen 4 en 5 van) de Regeling mondzorg niet-ontvankelijk verklaard.
Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 november 2021. Appellant is zonder bericht niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] .
Overwegingen
1. Verweerster heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat de Regeling mondzorg een algemeen verbindend voorschrift is, zodat daartegen geen bezwaar kan worden gemaakt.
2. Appellant heeft in beroep zijn inhoudelijke bezwaren tegen (de artikelen 4 en 5 van) de Regeling mondzorg herhaald.
3. Het College is het met verweerster eens en verwijst naar zijn uitspraak van 7 december 2016 (ECLI:NL:CBB:2016:425), in het bijzonder naar wat het College heeft overwogen in 5.1. De Regeling mondzorg bevat algemene regels die zorgaanbieders die onder de reikwijdte van de regeling vallen, in acht moeten nemen bij onder meer het registreren en declareren van geleverde prestaties. De regeling moet daarom worden aangemerkt als een algemeen verbindend voorschrift. Op grond van artikel 8:3, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan daartegen geen beroep worden ingesteld en op grond van artikel 7:1, eerste lid, van de Awb kan daartegen dus ook geen bezwaar worden gemaakt.
4. Dit betekent dat het College het beroep ongegrond moet verklaren. De inhoudelijke bezwaren van appellant kunnen daarom in dit geding niet aan de orde komen.
5. Verweerster hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.G.M. Simons, mr. J.L. Verbeek en
mr. M.C. Stoové, in aanwezigheid van F.L. van Haeften, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 december 2021.
w.g. T.G.M. Simons w.g. F.L. van Haeften