Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

College van Beroep voor het bedrijfsleven

ECLI:NL:CBB:2020:72

2020-01-28 Bestuursrecht 19/1736
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Uitspraakdatum
2020-01-28
Publicatiedatum
2020-02-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
19/1736
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Artikel 8:83, derde lid, Algemene wet bestuursrecht Verzoek om voorlopige voorziening. Geen spoedeisend belang.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.618 tekens)
uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN


zaaknummer: 19/1736




uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 januari 2020 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen





[naam 1] B.V. h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. E. Philippi-Gho),



en



de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: mr. M.W. Schilperoort).





Procesverloop


Bij besluit van 15 april 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de door verzoekster ingediende aanvraag voor een wijziging dan wel uitbreiding van haar dierentuin, afgewezen.



Bij besluit van 17 oktober 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster gedeeltelijk niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard.



Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.




Overwegingen

1. Gelet op het navolgende ziet de voorzieningenrechter aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak te doen.

2. Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor het wijzigen of het uitbreiden van haar dierentuinvergunning ten behoeve van het houden en tentoonstellen van twee Sri Lanka panters (Panthera pardus kotiya), reeds in de dierentuin aanwezig, en twee sneeuwluipaarden (Panthera uncia) die in de toekomst in hetzelfde verblijf zullen worden gehuisvest. Deze aanvraag is door verweerder afgewezen.

3. Verzoekster heeft omtrent het spoedeisend belang naar voren gebracht dat uit haar contact met verweerder is gebleken dat verweerder voornemens is handhavend op te treden als de betreffende Sri Lanka panters worden tentoongesteld aan het publiek. Verzoekster verzoekt de voorzieningenrechter ten aanzien van deze panters een voorziening te treffen inhoudende dat de dieren in het nieuwe buitenverblijf mogen worden gehouden en tentoongesteld en daarbij te overwegen dat het nieuwe verblijf aan alle ter zake relevante eisen voldoet.
4. De voorzieningenrechter overweegt dat een e-mailbericht met een voornemen tot handhavend optreden indien appellante (toch) zonder toereikende vergunning overgaat tot het houden en tentoonstellen van dieren, onvoldoende is om thans in het kader van de vergunningprocedure te kunnen spreken van onverwijlde spoed dat het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Verweerder heeft immers ter zake het houden en tentoonstellen van de betreffende panters tot op heden geen handhavend besluit genomen. Het is bovendien aan appellante zelf om de keuze te maken daartoe over te gaan. Indien verweerder alsnog besluit tot handhavend optreden daartegen, kan verzoekster alsdan, indien gewenst, een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen.

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.



Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. A. Verhoeven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2020.




w.g. J.L. Verbeek w.g. A. Verhoeven




Afschrift verzonden aan partijen op: