Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

College van Beroep voor het bedrijfsleven

ECLI:NL:CBB:2020:246

2020-04-14 Bestuursrecht 18/1424
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Uitspraakdatum
2020-04-14
Publicatiedatum
2020-04-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
18/1424
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van het College van 10 maart 2020 met kenmerk 18/1420.

Citeert (1)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.605 tekens)
uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN


zaaknummer: 18/1424




uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2020 tot rectificatie van de uitspraak van 10 maart 2020 in de zaak tussen



Maatschap [naam 1] en [naam 2] , te [plaats] , appellante
(gemachtigde: [naam 3] ),


en


de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder
(gemachtigde: R. Kuiper).



Procesverloop


Het College heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 10 maart 2020 met zaaknummer 18/1424 (ECLI:NL:CBB:2020:152) in rechtsoverweging 7.2 en onder “Beslissing” een kennelijke onjuistheid staat vermeld. Verder staan in de aanhef, in rechtsoverweging 2.5 en rechtsoverweging 2.6 kennelijke verschrijvingen.




Overwegingen


Anders dan in respectievelijk de aanhef, rechtsoverweging 2.5 en rechtsoverweging 2.6 staat vermeld, voert de gemachtigde van appellante niet de titel mr., hield appellante op de peildatum niet 188 maar 88 melk- en kalfkoeien en heeft zij op de door haar gedane melding bijzondere omstandigheden niet vermeld dat de bijzondere omstandigheid op haar bedrijf ziekte is. Voorts staat in rechtsoverweging 7.2 en in de rubriek “Beslissing” vermeld dat het College verweerder veroordeelt in de proceskosten van appellante tot een bedrag van€ 1.025,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). Het College overweegt dat hier sprake is van een onjuistheid, omdat de som daarvan € 1.050,- is.



Nu de uitspraak kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare onjuistheden bevat, bestaat aanleiding de uitspraak op die punten te rectificeren.



Het College wijzigt de uitspraak van 10 maart 2020, met zaaknummer 18/1424, als volgt.



“(…)
(gemachtigde: [naam 3] )
(…)


2.5
Op de peildatum hield appellante 88 melk- en kalfkoeien (…) op haar bedrijf.


2.6

Op 15 februari 2018 heeft appellante een melding bijzondere omstandigheden gedaan. Hierbij heeft zij vermeld dat de bijzondere omstandigheid op haar bedrijf verbouwing is en heeft zij als aanvangsdatum daarvan 1 januari 2015 aangegeven.
(…)



7.2 (…)

Deze kosten worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.050,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 1). (…).
(…)
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van
€ 1.050,-.”



Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.





Beslissing


Het College rectificeert zijn uitspraak van 10 maart 2020 als in de overwegingen is weergegeven.



Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, in aanwezigheid van mr. L. ten Hove, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 april 2020.






De voorzitter is verhinderd te ondertekenen De griffier is verhinderd te ondertekenen