AI in de rechtspraak: de Rotterdamse proef, de NOvA en de AI Act

EU AI ActNOvAlegal techAI-governancerechtspraakvoor-juristen

De rechter die AI inzet, de advocaat die een taalmodel raadpleegt en de wetgever die beide een kader oplegt: die drie sporen komen in 2026 samen. Voor de praktijkjurist is de vraag niet langer *of* AI het juridische werk raakt, maar onder welke voorwaarden. Dit artikel zet de stand van zaken op een rij — met de Rotterdamse proef als vertrekpunt, de aanbevelingen van de NOvA als beroepsnorm en de AI Act als harde deadline.

De eerste Nederlandse proef: AI als schrijfhulp bij een strafvonnis

Op 26 maart 2025 deed de rechtbank Rotterdam uitspraak in twee samenhangende strafzaken (ECLI:NL:RBROT:2025:3778 en ECLI:NL:RBROT:2025:3779). Bijzonder was niet de uitkomst, maar de werkwijze: de strafkamer gebruikte een publiek beschikbare AI-tool als schrijfhulp bij de strafmotivering — het deel van het vonnis waarin de rechtbank uitlegt hoe zij tot de straf komt.

De rechtbank omschreef de waarborgen expliciet. Er werden geen privacygevoelige gegevens en geen specifieke feiten in het AI-systeem ingevoerd. De suggesties zijn door de rechters en de griffier beoordeeld en geselecteerd. En de kernboodschap: AI heeft geen beslissingen genomen, geen beslissingen voorbereid en geen afwegingen gemaakt. De betrokken procesdeelnemers zijn direct na de uitspraak over het AI-gebruik geïnformeerd.

Voor de praktijk zijn twee dingen relevant. Ten eerste: het gebruik bleef strikt beperkt tot de formulering, niet tot de inhoudelijke oordeelsvorming. Ten tweede: er bestaat geen wettelijke plicht om AI-gebruik in een vonnis te vermelden — de Rechtspraak koos hier zelf voor actieve transparantie. Wie als raadsman of gemachtigde wil weten of AI een rol speelde, zal daar dus zelf naar moeten vragen.

Waar de grens ligt: de AI-strategie van de Rechtspraak

De Rechtspraak heeft haar kader zelf vastgelegd. AI moet passen binnen de eisen van een eerlijk proces en mag de rechterlijke onafhankelijkheid niet aantasten. In de praktijk betekent dat een scheiding tussen laag- en hoogrisicotoepassingen:

  • Wel: administratieve processen (roosteren, plannen, pseudonimiseren), juridische ondersteuning (termijncheck, jurisprudentieonderzoek) en burgercontact (samenvattingen, chatbots).
  • Niet: rechterlijke oordeelsvorming. Een "robotrechter" wordt uitdrukkelijk uitgesloten, en zolang de waarborgen niet volledig sluitend zijn, blijft inzet in hoogrisicoprocessen achterwege.

Die lijn — AI als tekst- en zoekhulp, nooit als beslisser — is inmiddels het herkenbare Nederlandse compromis.

Voor de advocatuur: de aanbevelingen van de NOvA

De Nederlandse Orde van Advocaten publiceerde aanbevelingen voor AI-gebruik in de advocatuur, opgebouwd rond de kernwaarden van het beroep. De belangrijkste punten:

  • Deskundigheid — investeer in kennis van (generatieve) AI en controleer *alle* output handmatig: citaten, jurisprudentie, feiten. Bespreek kwaliteitswaarborgen vooraf met de leverancier.
  • Vertrouwelijkheid — voer geen vertrouwelijke gegevens in gratis tools in. Pas privacy-by-design toe, weet waar data wordt opgeslagen en verwerkt, en voer waar nodig een DPIA uit. Vraag toestemming van de cliënt voor AI-gebruik in het dossier.
  • Onafhankelijkheid — de advocaat blijft eindverantwoordelijk; AI is gereedschap. Wees alert op confirmation bias in AI-output.
  • Integriteit — neem geen output ongecontroleerd over, leg AI-beleid schriftelijk vast en wees er intern en richting cliënt transparant over.

Formeel gaat het om aanbevelingen, niet om een verordening. Onderschat ze daarom niet: ze geven invulling aan bestaande kernwaarden, en juist die invulling is wat een tuchtrechter erbij pakt als het misgaat. Een kantoorbeleid dat aantoonbaar afwijkt van deze aanbevelingen is lastig te verdedigen.

De AI Act: wat er op 2 augustus 2026 verandert — en wat niet

Hier zit de grootste bron van misverstanden. Wat er per 2 augustus 2026 gaat gelden:

  • de transparantieverplichtingen van artikel 50: gebruikers moeten weten dat zij met een AI-systeem communiceren, AI-gegenereerde output moet machine-leesbaar als zodanig gemarkeerd worden, en deepfakes en AI-teksten over onderwerpen van algemeen belang moeten worden gelabeld;
  • het handhavings- en boeteregime, met boetes tot € 15 miljoen of 3% van de wereldwijde jaaromzet voor de meeste overtredingen (tot € 35 miljoen of 7% voor de verboden praktijken van artikel 5).

Wat er niet per die datum gaat gelden: het hoogrisicoregime. Via het zogeheten Digital Omnibus-pakket is daarover op 6 mei 2026 een politiek akkoord bereikt, door de Raad bevestigd op 13 mei. De hoogrisico-eisen voor de zelfstandige systemen uit bijlage III schuiven op naar 2 december 2027; die voor bijlage I naar 2 augustus 2028. De markeringsplicht voor generatieve systemen die al vóór 2 augustus 2026 op de markt waren, verschuift naar 2 december 2026.

Dat uitstel raakt de juridische sector direct. Punt 8(a) van bijlage III merkt AI-systemen aan als hoogrisico wanneer zij bedoeld zijn om een rechterlijke autoriteit te ondersteunen bij het onderzoeken en uitleggen van feiten en het recht en bij de toepassing van het recht op een concrete casus — of op vergelijkbare wijze bij alternatieve geschilbeslechting. Precies de categorie waar de Rotterdamse proef tegenaan schuurt.

Twee waarschuwingen. Ten eerste is het Omnibus-pakket op het moment van schrijven (25 juli 2026) nog niet formeel aangenomen en gepubliceerd; dat wordt vóór 2 augustus verwacht. Toets uw planning dus aan de definitieve tekst in het Publicatieblad. Ten tweede is uitstel geen vrijstelling: het verbod op onaanvaardbare AI-praktijken (artikel 5) en de AI-geletterdheidsplicht (artikel 4) gelden onverkort al sinds 2 februari 2025.

De markt beweegt sneller dan het kader

Parallel hieraan groeit het aanbod van Nederlandse legal-tech: platforms voor jurisprudentieonderzoek die uren terugbrengen naar minuten, en gespecialiseerde tools voor strafrechtelijke dossieranalyse die met meerdere samenwerkende AI-rollen inconsistenties in een dossier opsporen. De claims komen vooralsnog vooral van de leveranciers zelf. Hanteer bij de beoordeling een nuchter toetsingskader: waar staat en wordt de data verwerkt, is elke bewering herleidbaar tot een controleerbare bron, wie is verwerkingsverantwoordelijke, en wat gebeurt er met uw dossiers na opzegging?

Praktische checklist

  1. Leg een schriftelijk AI-beleid vast op kantoorniveau, inclusief wie toezicht houdt.
  2. Bepaal welke tools wel en niet vertrouwelijke dossierdata mogen zien — en handhaaf dat.
  3. Neem AI-gebruik op in uw opdrachtbevestiging en informeer de cliënt.
  4. Controleer elke verwijzing naar jurisprudentie bij de bron; verzonnen ECLI's zijn geen theoretisch risico.
  5. Zet 2 augustus 2026 (transparantie en handhaving) en 2 december 2027 (hoogrisico bijlage III) in de agenda, en verifieer de definitieve Omnibus-tekst.

In dit portaal kunt u de genoemde uitspraken en de bredere jurisprudentie zelf raadplegen — inclusief de twee Rotterdamse strafvonnissen waarmee het Nederlandse debat over AI in de rechtszaal begon.

Veelgestelde vragen

Moet AI-gebruik door de rechter in het vonnis worden vermeld?
Nee, een wettelijke vermeldingsplicht bestaat niet. De rechtbank Rotterdam koos in 2025 zelf voor actieve transparantie en informeerde de procesdeelnemers direct na de uitspraak. Wilt u als raadsman weten of AI een rol speelde, dan zult u daar zelf naar moeten vragen.
Gelden de hoogrisico-eisen van de AI Act vanaf 2 augustus 2026?
Nee. Per 2 augustus 2026 gelden de transparantieverplichtingen van artikel 50 en het handhavings- en boeteregime. De hoogrisico-eisen voor de zelfstandige systemen uit bijlage III schuiven via het Digital Omnibus-akkoord op naar 2 december 2027, die voor bijlage I naar 2 augustus 2028. Het verbod op onaanvaardbare praktijken (artikel 5) en de AI-geletterdheidsplicht (artikel 4) gelden al sinds 2 februari 2025.
Zijn de NOvA-aanbevelingen tuchtrechtelijk bindend?
Formeel gaat het om aanbevelingen en niet om een verordening. Ze geven echter invulling aan bestaande kernwaarden zoals vertrouwelijkheid, onafhankelijkheid en integriteit. Een kantoorbeleid dat daar aantoonbaar van afwijkt, is in een tuchtprocedure lastig te verdedigen.

Gerelateerde uitspraken in het dossier

Bekijk de officiële uitspraak/uitspraken waarop dit onderwerp is gebaseerd.

Zelf je zaak onderzoeken?

Doorzoek 947.000 uitspraken op volledige tekst of bouw een dossier met AI-ondersteuning.

🔍 Naar het portaal

← Alle blogposts